| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
In Amplissimo is een pauselijk schrijven van paus Leo XIII, gedateerd op 15 april 1902 en gericht aan James Gibbons, kardinaal en aartsbisschop van Baltimore, en aan de overige aartsbisschoppen en bisschoppen van de Verenigde Staten. Het document was een antwoord op een gezamenlijke brief van de Amerikaanse bisschoppen ter gelegenheid van het vijfentwintigste jaar van Leo's pontificaat. Daarin geeft de paus een overwegend positieve beoordeling van de ontwikkeling van de Katholieke Kerk in de Verenigde Staten en spreekt hij zijn waardering uit voor de kerkelijke organisatie, het katholiek onderwijs, de seminaries en het pastorale en missionaire werk van de Amerikaanse bisschoppen.
De Engelstalige documentencatalogus van de Heilige Stoel neemt In Amplissimo op onder de encyclieken. De officiële Latijnse versie draagt daarentegen de vormaanduiding litterae en is in de Latijnse Vaticanus-catalogus onder de brieven (Epistulae) opgenomen. De oorspronkelijke publicatie verscheen in Acta Sanctae Sedis, deel 34 (1901–1902), bladzijden 623–625.
De verhouding tussen het pausdom van Leo XIII en het Amerikaanse katholicisme was in de laatste jaren van de negentiende eeuw onderwerp van zowel kerkelijke als politieke discussie. De periode rond 1898–1903 is in de geschiedschrijving onder meer onderzocht in verband met de veranderende positie van de Verenigde Staten en de betrekkingen tussen de Amerikaanse Kerk en Rome.
In zijn encycliek Longinqua van 6 januari 1895 had Leo XIII de groei en vitaliteit van de Amerikaanse Kerk geprezen. Hij wees daarbij op de vrijheid die de Kerk onder de Amerikaanse grondwet en wetgeving genoot. Tegelijkertijd verzette hij zich tegen de conclusie dat de Amerikaanse verhouding tussen kerk en staat daarom het meest wenselijke model was of overal navolging verdiende.
Deze problematiek maakte deel uit van de bredere discussie over het zogenoemde Americanisme. Historica en theologe Margaret Mary Reher beschrijft deze controverse als meer dan een uitsluitend politiek geschil: zij verbond haar ook met uiteenlopende opvattingen over kerkelijk gezag, vrijheid, individuele initiatief en de wijze waarop de Kerk zich tot de moderne democratische samenleving diende te verhouden. In 1899 kwam Leo XIII rechtstreeks in deze controverse tussenbeide met de apostolische brief Testem benevolentiae nostrae.
Tegen deze achtergrond heeft In Amplissimo een overwegend waarderend karakter. De brief herneemt niet de uitvoerige waarschuwing uit Longinqua tegen het verheffen van de Amerikaanse scheiding tussen kerk en staat tot algemeen model. Leo merkt in 1902 daarentegen op dat de Amerikaanse wet de Kerk geen bijzondere begunstiging verleent, maar prijst de wetgevers omdat zij volgens hem haar rechtmatige vrijheid niet beperken.
Een ander terugkerend thema in Leo XIII's beleid ten aanzien van de Verenigde Staten was het katholieke onderwijs. Zijn betrokkenheid bij de totstandkoming en eerste ontwikkeling van de Catholic University of America maakte deel uit van een bredere kerkelijke onderwijsstrategie waarin intellectuele vorming en katholieke identiteit met elkaar verbonden moesten worden.
Leo XIII opent de brief met een verwijzing naar het vijfentwintigste jaar van zijn pontificaat en naar de gelukwensen die hij van de Amerikaanse bisschoppen en gelovigen had ontvangen. Hij stelt dat de toestand van de Kerk in de Verenigde Staten hem sinds het begin van zijn pontificaat steeds meer reden tot tevredenheid had gegeven. De groei van het katholicisme schrijft hij in de eerste plaats toe aan de goddelijke voorzienigheid, maar daarnaast aan de inzet van de bisschoppen en aan hun vermogen katholieke organisaties te ontwikkelen die volgens hem aansloten bij de omstandigheden en het karakter van het land.
Een centrale plaats in de brief wordt ingenomen door de band tussen de Amerikaanse bisdommen en de Heilige Stoel. Leo XIII prijst de bisschoppen omdat zij de eenheid met Rome en met de paus als plaatsvervanger van Christus hadden bevorderd. Hij omschrijft Rome daarbij als middelpunt van kerkelijk bestuur, leer en priesterschap en verbindt het pauselijk ambt met de zichtbare eenheid van de Kerk.
In hetzelfde gedeelte vergelijkt Leo de jonge en volgens hem bloeiende Kerk in de Verenigde Staten met ontwikkelingen in enkele traditioneel katholieke Europese landen, die hem meer zorgen baarden. Over de Amerikaanse rechtsorde schrijft hij dat de Kerk weliswaar geen bijzondere wettelijke voorrechten genoot, maar evenmin in haar rechtmatige vrijheid werd belemmerd. De bisschoppen moesten deze omstandigheden volgens hem benutten voor de verbreiding van het katholieke geloof en voor de bestrijding van opvattingen die hij als religieuze dwalingen beschouwde.
Deze passage verschilt in formulering van Longinqua. In 1895 had Leo eveneens de feitelijke godsdienstvrijheid van de Kerk in de Verenigde Staten gewaardeerd, maar daaraan uitdrukkelijk toegevoegd dat daaruit niet mocht worden afgeleid dat een scheiding van kerk en staat op zichzelf de meest wenselijke of algemeen toepasbare toestand was.
Leo XIII spreekt vervolgens zijn waardering uit voor de oprichting en ontwikkeling van katholieke scholen en onderwijsinstellingen. Hij verbindt deze activiteiten met eerdere aansporingen van de Heilige Stoel en met de besluiten van het Derde Plenaire Concilie van Baltimore. Ook de uitbouw van seminaries krijgt uitdrukkelijke lof, omdat die volgens de paus de kwaliteit en werkzaamheid van de geestelijkheid ten goede kwam.
De aandacht voor onderwijs stond niet op zichzelf. Onderzoek van Simona Negruzzo naar Leo XIII en de Catholic University of America wijst op de actieve betrokkenheid van de paus bij de ontwikkeling van het katholieke hoger onderwijs in de Verenigde Staten en bij de afstemming daarover tussen Rome en het Amerikaanse episcopaat.
De brief vermeldt verder rondreizende priesters die openbare voordrachten hielden om niet-katholieken met de katholieke leer vertrouwd te maken en bezwaren tegen die leer te beantwoorden. Leo beoordeelde deze aanpak positief en moedigde de bisschoppen aan ermee door te gaan.
Daarnaast besteedt hij aandacht aan het kerkelijke werk onder zwarte en inheemse Amerikanen. De oorspronkelijke tekst gebruikt hiervoor de toen gangbare aanduidingen nigritae en indi. Leo prijst de bisschoppen voor het sturen van leraren en missionarissen en voor de financiële ondersteuning van deze activiteiten. De passage weerspiegelt daarbij de missionaire en paternalistische terminologie van de katholieke kerkelijke documenten uit deze periode.
Aan het einde van de brief bedankt Leo XIII de Amerikaanse katholieken voor hun financiële bijdragen aan de Heilige Stoel. Hij verbindt deze giften met de materiële behoeften van het pausdom en beschouwt de vrijgevigheid van de gelovigen tevens als een uitdrukking van hun geloof en verbondenheid met Rome.
De brief eindigt met een hernieuwde verklaring van pauselijke genegenheid voor de Amerikaanse bisschoppen en hun gelovigen en met de apostolische zegen. De datum wordt gegeven als 15 april 1902, in het vijfentwintigste jaar van het pontificaat van Leo XIII.
Een belangrijk ecclesiologisch motief in In Amplissimo is de zichtbare eenheid van de Kerk. Leo XIII situeert het centrum van bestuur, leer en priesterschap bij de zetel van Rome en verbindt de eenheid van de Amerikaanse lokale kerken nadrukkelijk met hun gemeenschap met de paus. Daarmee sluit de brief aan bij het sterk op het pauselijk primaat gerichte kerkbeeld dat ook een rol speelde in de discussies rond het Americanisme. Reher wijst erop dat juist de verhouding tussen gezag en individuele of lokale vrijheid tot de fundamentele ecclesiologische vragen van die controverse behoorde.
Een tweede motief is de combinatie van voorzienigheid en menselijk handelen. De groei van het Amerikaanse katholicisme wordt primair aan Gods voorzienigheid toegeschreven, maar tegelijk aan het concrete organisatorische en pastorale werk van de bisschoppen. De brief presenteert kerkelijke instituties zoals scholen, seminaries en missionaire initiatieven daardoor als middelen waardoor die groei gestalte krijgt.
Wat de verhouding tot de moderne Amerikaanse politieke orde betreft, is de formulering in In Amplissimo vooral praktisch: Leo waardeert de feitelijke wettelijke bewegingsvrijheid die de Kerk in de Verenigde Staten bezit. Dat moet historisch worden onderscheiden van de verdergaande opvatting dat de institutionele scheiding tussen kerk en staat zelf het ideale model vormde; die conclusie had Leo XIII in Longinqua expliciet afgewezen.
Anders dan sommige omvangrijkere encyclieken van Leo XIII bevat In Amplissimo geen uitgewerkte filosofische verhandeling. De tekst concentreert zich op kerkelijke eenheid, onderwijs, missie, pastorale organisatie en de concrete situatie van de Amerikaanse Kerk. Een verdergaande koppeling aan bijvoorbeeld thomisme, personalisme of een bepaalde epistemologische theorie zou daarom aanvullende secundaire bronnen vereisen en kan niet uitsluitend uit deze korte brief worden afgeleid.