Spesse Volte

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Spesse Volte is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 5 augustus 1898 en gericht aan de bisschoppen, de clerus en het katholieke volk van Italië. De encycliek was een reactie op de onderdrukking en ontbinding van katholieke verenigingen en instellingen tijdens de politieke en sociale crisis in Italië in 1898. Leo XIII verwierp de voorstelling van de katholieke organisaties als revolutionair of staatsgevaarlijk en verdedigde hun religieuze, sociale en liefdadige werkzaamheden.

De encycliek stond tevens in het teken van de langdurige Romeinse kwestie, het conflict over de positie van de paus en de verhouding tussen de Heilige Stoel en de Italiaanse eenheidsstaat. Leo XIII verbond de vrijheid van katholieke organisaties met de volgens hem noodzakelijke vrijheid en onafhankelijkheid van het pauselijk ambt.

Historische achtergrond

Na de Italiaanse eenwording en de inlijving van Rome in het Koninkrijk Italië in 1870 bleven de betrekkingen tussen de Heilige Stoel en de Italiaanse staat gespannen. Katholieken die de nieuwe politieke orde niet als definitief aanvaardden, organiseerden zich onder meer in de Opera dei Congressi, die in de jaren 1870 ontstond en een netwerk van katholieke verenigingen en sociale instellingen opbouwde.

De Opera dei Congressi combineerde de verdediging van kerkelijke belangen met activiteiten op sociaal terrein. Tegen het einde van de negentiende eeuw omvatte het katholieke verenigingsleven onder meer plaatselijke comités, arbeidersverenigingen, onderlinge hulporganisaties, landelijke kredietinstellingen en andere sociale initiatieven. Tegelijkertijd stonden de intransigente katholieken kritisch tegenover de liberale Italiaanse staat. De regering van Antonio di Rudinì begon vanaf 1897 katholieke organisaties en bijeenkomsten scherper te controleren.

In het voorjaar van 1898 werd Italië getroffen door ernstige sociale onrust en broodrellen, met bijzonder gewelddadige confrontaties in Milaan. Bij de daaropvolgende repressie werden niet alleen socialistische, anarchistische en republikeinse organisaties getroffen, maar ook katholieke verenigingen en katholieke persorganen. Volgens historicus Peter van der Mark werden onder meer 2.600 van de 4.044 parochiale comités en 600 van de 708 jeugdverenigingen ontbonden; de repressie was vooral geconcentreerd in Noord- en Midden-Italië. Het algemene comité van de Opera dei Congressi bleef bestaan.

Onder de regering van Luigi Pelloux, die Di Rudinì eind juni opvolgde, werd op 17 juli 1898 wet nr. 297 aangenomen met tijdelijke maatregelen voor de handhaving van de openbare orde. De regering kreeg daarmee onder meer bevoegdheden ten aanzien van verenigingen die als subversief werden beschouwd. Op 5 augustus reageerde Leo XIII op de maatregelen tegen de katholieke organisaties met Spesse Volte.

Inhoud

Verdediging van de katholieke instellingen

Leo XIII begint de encycliek met een terugblik op de verhouding tussen Kerk en Italiaanse staat sinds het verdwijnen van de wereldlijke macht van de pausen. Hij noemt onder meer de opheffing van kloosters, de confiscatie van kerkelijke goederen en beperkingen die volgens hem aan de kerkelijke vrijheid waren opgelegd.

Vervolgens beschrijft hij de katholieke instellingen als organisaties met een religieus, moreel en liefdadig doel. Volgens de encycliek waren zij onder meer actief met landelijke kredietinstellingen, goedkope voedselvoorziening, opvang voor armen, jeugdactiviteiten, catechese, ziekenzorg en steun aan weduwen en wezen. Deze activiteiten moesten volgens Leo XIII zowel het godsdienstige leven bevorderen als sociale nood verminderen.

De paus stelde dat de organisaties binnen de bestaande wet hadden gewerkt en verwierp de beschuldiging dat zij verantwoordelijk waren voor de onlusten van 1898. Hij protesteerde tegen de sluiting van katholieke kranten, de ontbinding van diocesane en parochiale comités, de verhindering van congressen en de opheffing van liefdadigheidsverenigingen.

Religie en maatschappelijke orde

Een centraal argument in de encycliek is de door Leo XIII veronderstelde samenhang tussen godsdienst, moraal en maatschappelijke orde. Hij presenteert religie als een grondslag voor rechtvaardigheid en maatschappelijke stabiliteit en stelt daartegenover dat verzwakking van het godsdienstige leven sociale conflicten zou bevorderen.

Vanuit die redenering beschouwde Leo XIII de katholieke verenigingen niet als een bedreiging van de openbare orde, maar juist als een middel om sociale ontwrichting tegen te gaan. Hij plaatste hun activiteiten tegenover de invloed van socialisme, anarchisme en wat hij aanduidde als materialistische en antireligieuze stromingen. Deze opvattingen zijn in de encycliek normatief geformuleerd en weerspiegelen het standpunt van de paus.

Gehoorzaamheid aan de staat en katholieke actie

Leo XIII ontkende dat Italiaanse katholieken samenzwering of opstand tegen het staatsgezag mochten nastreven. Volgens hem verplichtte de katholieke leer hen tot de verschuldigde gehoorzaamheid aan het burgerlijk gezag. Tegelijkertijd maakte hij een onderscheid tussen die gehoorzaamheid en de aanvaarding van de bestaande verhouding tussen de Italiaanse staat en de Heilige Stoel.

Katholieken konden volgens de paus blijven verlangen naar een positie waarin het hoofd van de Kerk over voldoende onafhankelijkheid en daadwerkelijke vrijheid beschikte. Katholieke maatschappelijke actie diende volgens de encycliek vreedzaam, wettig en onder kerkelijke leiding te blijven.

Pauselijke onafhankelijkheid

In het laatste deel verbindt Leo XIII de opheffing van katholieke instellingen expliciet met de positie van de paus. Hij betoogt dat de repressie aantoonde hoe onzeker de aan de paus toegezegde vrijheid volgens hem was zolang de Italiaanse overheid middelen van katholieke religieuze en sociale actie kon beperken.

De argumentatie krijgt daarbij een uitgesproken ecclesiologisch karakter. Leo XIII verwijst naar de goddelijke oorsprong en bestendigheid van Kerk en pausdom en beroept zich onder meer op de aan Ambrosius van Milaan toegeschreven formulering Ubi Petrus, ibi Ecclesia ("Waar Petrus is, daar is de Kerk"). De encycliek eindigt met een aansporing aan bisschoppen, geestelijkheid en katholieke leken om hun religieuze en liefdadige activiteiten voort te zetten, binnen de grenzen van de wet en onder leiding van hun kerkelijke oversten.

Historische duiding en nasleep

Historica Saretta Marotta plaatst de repressie van 1898 en Spesse Volte in een bredere ontwikkeling van de Romeinse kwestie. Volgens haar betekende de crisis een overgang in de betrekkingen tussen de katholieke beweging en de liberale staat. Na de pauselijke protesten werd binnen de Heilige Stoel opnieuw nagedacht over de politieke onthouding van Italiaanse katholieken.

In deze ontwikkeling lag een spanning besloten. Enerzijds bleef Leo XIII de bestaande regeling van de Romeinse kwestie afwijzen; anderzijds benadrukte Spesse Volte dat katholieke verenigingen juist een behoudende kracht voor de maatschappelijke orde konden vormen. Marotta verbindt deze ontwikkeling met een geleidelijke beweging van confrontatie naar een zekere toenadering tussen delen van het katholieke milieu en de liberale staat.

De Opera dei Congressi, waarvan veel lokale onderdelen in 1898 waren getroffen, werd in 1899 opnieuw georganiseerd. De organisatie bleef vervolgens gekenmerkt door interne conflicten over de verhouding tussen religieuze, sociale en politieke actie. In 1904 werd zij tijdens het pontificaat van Pius X definitief opgeheven.

Publicatie

De Italiaanse tekst van Spesse Volte verscheen in deel XXXI (1898–1899) van de Acta Sanctae Sedis, op bladzijden 129–137. Direct na de Italiaanse tekst werd een Latijnse versie opgenomen, die begint met de woorden Saepenumero Pontificatus nostri tempore.

In 1941 verscheen in het Nederlands een vertaling van Spesse Volte in een verzameluitgave met enkele andere documenten van Leo XIII. De vertaling werd verzorgd door F.A.J. van Nimwegen en uitgegeven door Gooi & Sticht in Hilversum.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Spesse volte van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.