Pergrata

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Pergrata (ook aangeduid naar de Latijnse openingswoorden als Pergrata nobis) is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd te Rome op 14 september 1886 en gericht aan de bisschoppen van Portugal. De encycliek behandelt de toestand van de Rooms-Katholieke Kerk in Portugal en haar verhouding tot de Portugese staat, tegen de achtergrond van een kort daarvoor gesloten overeenkomst tussen de Heilige Stoel en het Koninkrijk Portugal. Daarnaast bespreekt Leo XIII onder meer de opleiding van priesters, de rol van de katholieke pers en de verhouding tussen katholiek geloof en partijpolitiek.

Historicus Manuel Braga da Cruz behandelt Pergrata nobis in zijn onderzoek naar de politieke organisatie van Portugese katholieken in de late negentiende eeuw. Volgens hem keerde Leo XIII zich in de encycliek tegen de politieke instrumentalisering van religie en stimuleerde deze interventie opnieuw het streven naar samenwerking en eenheid onder Portugese katholieken.

Historische achtergrond

De verhouding tussen de katholieke kerk en de Portugese staat was gedurende de negentiende eeuw sterk veranderd. De vestiging van het liberalisme had de vroegere institutionele en politieke positie van de kerk aangetast. Onder Portugese katholieken ontstonden bovendien meningsverschillen over de houding tegenover de liberale monarchie en over de vraag of katholieke belangen door afzonderlijke politieke organisaties moesten worden behartigd. In de jaren 1870 en 1880 kwamen katholieke verenigingen, congressen en periodieken op, terwijl pogingen werden gedaan katholieken politiek te organiseren.

Een afzonderlijke kwestie in de betrekkingen tussen Portugal en de Heilige Stoel was het Portugese Padroado, het historische stelsel van kerkelijke patronaatsrechten die de Portugese kroon in delen van haar overzeese invloedssfeer uitoefende. In de negentiende eeuw bestonden langdurige geschillen over de kerkelijke jurisdictie in Azië. Na een eerder concordaat uit 1857 bereikten Portugal en de Heilige Stoel op 23 juni 1886 een nieuwe overeenkomst. Deze werd namens Portugal onderhandeld door Martens Ferrão en namens de Heilige Stoel door kardinaal Luigi Jacobini.

Het concordaat beperkte en reorganiseerde de geografische omvang van het Portugese patronaatsrecht in Azië en legde nieuwe regelingen vast voor de kerkelijke organisatie in onder meer Goa, Damão, Cochin en São Tomé de Meliapor. Portugal behield in een aantal bisdommen patronaatsrechten, terwijl elders een nieuwe kerkelijke organisatie tot stand kwam. Pergrata verwijst in de openingspassage rechtstreeks naar de recente overeenkomst tussen de Apostolische Stoel en Portugal en naar de regeling van de kerkelijke belangen in India.

Inhoud

Portugal en de overzeese missie

Leo XIII opent de encycliek met waardering voor de gezamenlijke brief die hij kort daarvoor van de Portugese bisschoppen had ontvangen. Volgens de paus bleek daaruit dat zij en de Portugese bevolking de nieuwe afspraken tussen Portugal en de Heilige Stoel gunstig beoordeelden. Hij spreekt de verwachting uit dat deze overeenkomst zowel kerkelijke als openbare belangen ten goede zou komen.

Vervolgens behandelt de paus uitvoerig het katholieke verleden van Portugal. Hij verbindt de Portugese expansie in Afrika en Azië met de geschiedenis van de katholieke missionering en presenteert de verbreiding van het christendom als een belangrijk motief van de Portugese overzeese activiteiten. Ook herinnert hij eraan dat eerdere pausen aan de Portugese kroon kerkelijke voorrechten hadden verleend.

Deze voorstelling weerspiegelt het perspectief van het pauselijke document zelf. Het historische stelsel van het Portugese patronaat was tegen de negentiende eeuw juist onderwerp geworden van langdurige onderhandelingen en jurisdictiegeschillen tussen Portugal en Rome. De overeenkomst van 1886 reorganiseerde dit stelsel en beperkte de geografische omvang ervan.

Kerk en staat

Een belangrijk onderdeel van Pergrata betreft de verhouding tussen kerkelijke en burgerlijke autoriteit. Leo XIII stelt dat samenwerking met de Portugese overheid noodzakelijk is om de toestand van de kerk te verbeteren. Hij presenteert het katholicisme als de historisch en wettelijk erkende godsdienst van Portugal en verdedigt daarom bescherming van de kerk door de wet en door het staatsgezag.

Tegelijk vraagt hij van kerkelijke gezagsdragers dat zij rekening houden met de legitieme positie van de burgerlijke overheid. De paus beschrijft kerk en staat niet als noodzakelijk rivaliserende machten: volgens zijn argumentatie kan de kerk bijdragen aan maatschappelijke orde en openbare rust.

Religie en partijpolitiek

Leo XIII maakt in de encycliek een onderscheid tussen religieuze verplichtingen en zuiver politieke meningsverschillen. Katholieken mogen volgens hem in aangelegenheden die uitsluitend politiek van aard zijn verschillende standpunten innemen, zolang deze niet in strijd zijn met godsdienst of rechtvaardigheid. Vooral geestelijken moeten voorkomen dat een bepaalde politieke partij met het katholieke geloof als zodanig wordt vereenzelvigd.

De paus beschouwt partijgebonden verdeeldheid onder katholieken als een belemmering voor hun onderlinge samenwerking. Hij roept de Portugese bisschoppen daarom op gezamenlijk op te treden in aangelegenheden die voor de kerk als geheel van belang zijn.

Deze passages kregen ook betekenis in de Portugese politieke context. Braga da Cruz stelt dat Pergrata nobis de politieke instrumentalisering van de religieuze kwestie aan de kaak stelde, omdat deze zowel een verbetering van de betrekkingen tussen Rome en Lissabon als de organisatie van de katholieke krachten bemoeilijkte.

Seminaries en opleiding van de geestelijkheid

Een praktisch probleem waaraan de encycliek veel aandacht besteedt, is het tekort aan priesters. Leo XIII verbindt dit mede met een eerder tekort aan seminaries. Hij acht goede priesteropleiding noodzakelijk voor de godsdienstige vorming van de bevolking en voor de bediening van de sacramenten.

De opleiding van toekomstige priesters moet volgens de encycliek zowel intellectuele als morele vorming omvatten. Naast humanistische vorming noemt Leo XIII kerkelijke en canonieke studies en legt hij nadruk op de kwaliteit van docenten, rectoren en geestelijke begeleiders. Van priesters verwacht hij bovendien dat hun levenswijze voor gelovigen als voorbeeld kan dienen.

Aan het einde van de encycliek benadrukt Leo XIII opnieuw het gezag van de bisschoppen over de geestelijkheid, zowel wanneer priesters pastorale taken vervullen als wanneer zij werkzaam zijn in het onderwijs.

Pers en publiek debat

Een derde praktisch aandachtspunt is de gedrukte pers. Leo XIII maakt zich zorgen over publicaties die volgens hem geloof en zeden aantasten en spoort de bisschoppen aan de ontwikkeling van katholieke dagbladen en andere publicaties te ondersteunen.

Daarbij vraagt hij katholieke auteurs niet alleen de katholieke zaak te verdedigen, maar dit met gematigdheid en voorzichtigheid te doen. Hij keert zich uitdrukkelijk tegen het verdacht maken van andere katholieken in geloofszaken uitsluitend omdat zij tot een andere politieke groepering behoren.

Religieuze afsluiting

De laatste passages hebben een uitgesproken devotioneel karakter. Leo XIII verwijst naar de verering van het Heilig Hart van Jezus in Portugal en roept de voorspraak in van Maria als de Onbevlekte Moeder van God. Ook noemt hij Elisabeth van Portugal en de vroegchristelijke martelaren die volgens de katholieke traditie bijdroegen aan de vestiging en verspreiding van het christendom in Portugal. De encycliek eindigt met de apostolische zegen voor de bisschoppen, de geestelijkheid en de Portugese gelovigen.

Receptie en betekenis

Volgens Braga da Cruz had de interventie van Leo XIII gevolgen voor de toenmalige beweging tot katholieke eenheid in Portugal. Na de encycliek verschenen opnieuw verspreide oproepen aan katholieken om hun onderlinge politieke verdeeldheid te overwinnen. Cruz noemt als voorbeeld het Manifesto dos Católicos de Santo Tirso a Todos os Católicos do Reino, waarin werd gepleit voor de verkiezing van onafhankelijke katholieke vertegenwoordigers in het parlement.

Cruz plaatst de encycliek daarnaast in de ontwikkeling van de politiek van Leo XIII tegenover moderne staatsvormen. In de daaropvolgende jaren zou de paus deze benadering verder uitwerken, onder meer in de Franse context met Au milieu des sollicitudes uit 1892, waarin katholieken werden aangespoord onderscheid te maken tussen de bestaande staatsvorm en concrete wetgeving waartegen zij principiële bezwaren hadden.

Historicus José Miguel Sardica karakteriseert het pontificaat van Leo XIII in bredere zin als een periode waarin de paus met pragmatische middelen naar een nieuwe positie voor de kerk in de moderne samenleving zocht. Volgens Sardica ging dit gepaard met toenadering tot liberale regeringen en met een verschuiving naar georganiseerde katholieke maatschappelijke en politieke activiteit.

Zie ook

Zie de categorie Pergrata van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.