Paternae

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Paternae providaeque, op de Engelstalige website van de Heilige Stoel aangeduid als Paternae, is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 18 september 1899 en gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van Brazilië. De Latijnse tekst is als epistola (brief) vormgegeven, terwijl de Heilige Stoel het document in zijn overzicht van de geschriften van Leo XIII onder de encyclieken rangschikt.

De brief behandelt in het bijzonder de inrichting en discipline van de seminaries en de vorming van toekomstige priesters. Daarnaast bespreekt Leo XIII de katholieke pers, de deelname van katholieken en geestelijken aan het politieke leven en de financiering van kerkelijke instellingen na het wegvallen van vroegere staatssteun.

Historische context

Paternae providaeque verscheen tijdens de eerste jaren van de Eerste Braziliaanse Republiek. Na de proclamatie van de republiek op 15 november 1889 maakte decreet 119-A van 7 januari 1890 een einde aan het traditionele padroado, waarbij Kerk en staat institutioneel nauw met elkaar verbonden waren. De maatregel bracht een scheiding tussen de Braziliaanse staat en de Rooms-Katholieke Kerk tot stand en vormde het begin van een nieuwe verhouding tussen beide instellingen.

De reorganisatie van de Braziliaanse geestelijkheid en haar opleiding was echter al vóór de republikeinse omwenteling begonnen. Vanaf het midden van de negentiende eeuw streefden hervormingsgezinde, sterk op Rome georiënteerde bisschoppen naar een meer gestandaardiseerde seminarieopleiding volgens het model van het Concilie van Trente. Daarbij kregen kerkelijke discipline, leerstellige orthodoxie en gehoorzaamheid aan de hiërarchie een centrale plaats. Onderzoek naar de geschiedenis van het katholieke onderwijs in Brazilië beschrijft de oprichting van gesloten, van het gewone maatschappelijke leven afgescheiden seminaries eveneens als een belangrijk instrument van deze zogenoemde romaniserende of ultramontaanse hervorming.

Leo XIII had de Braziliaanse bisschoppen al op 2 juli 1894 toegesproken in Litteras a Vobis. Daarin behandelde hij onder meer de kerkelijke organisatie en de vorming van de geestelijkheid. In de opening van Paternae providaeque verwijst hij expliciet naar deze eerdere brief. Hij stelt daarbij dat het aantal seminaries inmiddels was toegenomen en dat bestaande instellingen waren verbeterd, maar dat verdere maatregelen noodzakelijk bleven.

Inhoud

Seminaries en priesteropleiding

In de paragrafen 3 en 4 behandelt Leo XIII de inrichting van de seminaries. Hij stelt dat kandidaten voor het priesterschap in afzonderlijke instellingen met eigen regels en leefomstandigheden moesten worden gevormd. Scholen voor jongeren die een burgerlijk beroep zouden gaan uitoefenen moesten volgens hem van de eigenlijke seminaries worden onderscheiden. Gemengde instellingen, waarin toekomstige geestelijken samen met andere leerlingen verbleven, achtte hij ongeschikt voor de priesterlijke vorming.

De vorming wordt daarbij niet uitsluitend als intellectueel onderwijs voorgesteld. Seminaristen moesten volgens de encycliek vanaf jonge leeftijd worden gewend aan vroomheid, liturgische en kerkelijke taken en een levenswijze die op het priesterschap was gericht. Leo XIII verwijst hiervoor naar de voorschriften van Carolus Borromeus, die een belangrijke rol had gespeeld bij de uitvoering van de Tridentijnse seminariehervormingen. Ook tijdens vakanties moesten de seminaristen volgens de paus in een beschermde omgeving verblijven en niet zonder meer naar huis terugkeren. Deze nadruk op afzondering en discipline past binnen de bredere ontwikkeling van de Braziliaanse seminaries in de negentiende eeuw, waarin een gestandaardiseerde en hiërarchisch gecontroleerde opleiding steeds belangrijker werd.

Katholieke pers

Paragraaf 5 is gewijd aan de katholieke pers. Leo XIII achtte de publicatie en verspreiding van katholieke kranten van groot belang, omdat kranten volgens hem een sterke invloed uitoefenden op de publieke opinie en op morele opvattingen. Hij verlangde dat katholieke publicaties zowel inhoudelijk als stilistisch werden verbeterd en verbond journalistiek optreden met waarheid en wat hij als de juiste rede beschouwde.

Historicus Jérri Roberto Marin plaatst deze passage binnen het streven van de Heilige Stoel en delen van de Braziliaanse kerkelijke hiërarchie om de katholieke pers aan het einde van de negentiende eeuw uit te breiden. Volgens Marin moest die pers bijdragen aan de vorming van de publieke opinie en aan een door de kerkelijke leiding nagestreefde herchristianisering van de samenleving.

Politieke deelname

In de paragrafen 6 tot en met 8 bespreekt de encycliek de deelname van katholieken aan openbaar bestuur en wetgevende vergaderingen. Leo XIII beschouwde politieke vertegenwoordiging als een middel waarmee de belangen van de Kerk konden worden verdedigd en sloot deelname van geestelijken aan dergelijke vergaderingen niet uit.

Tegelijkertijd waarschuwde hij tegen partijzucht, persoonlijke ambitie en politieke conflicten waarbij geestelijken betrokken raakten. Politieke rechten moesten volgens de brief met gematigdheid worden uitgeoefend en deelname aan openbare functies diende verenigbaar te blijven met gehoorzaamheid aan het gevestigde gezag. Deze passages verschenen in een periode waarin de Braziliaanse kerkelijke hiërarchie haar verhouding tot de nieuwe republikeinse staat opnieuw vormgaf. Het einde van het padroado gaf de Kerk meer institutionele zelfstandigheid, maar leidde tegelijk tot nieuwe onderhandelingen over haar maatschappelijke en politieke positie.

Financiering van kerkelijke instellingen

De paragrafen 9 tot en met 15 behandelen de financiële positie van de Kerk. Leo XIII constateert dat de openbare schatkist, anders dan voorheen, niet langer voorzag in de kosten van bisschoppen, kapittels, seminaries, parochiegeestelijken en kerkbouw. Daarmee sluit de encycliek rechtstreeks aan bij de veranderde verhouding tussen Kerk en staat na het einde van het padroado.

De paus riep daarom op tot particuliere bijdragen. Hij stelde onder meer voor in iedere diocese een fonds op te richten waarin gelovigen jaarlijks geld konden storten. Ook kloosters, religieuze verenigingen en vermogende katholieken werden aangespoord bij te dragen. Voor nalatenschappen beval Leo XIII aan dat gelovigen een gedeelte van hun vermogen aan de bisschop konden bestemmen ten behoeve van kerkelijke instellingen.

Theologische accenten

De passages over de seminaries verbinden priesterlijke vorming met vroomheid, kerkelijke discipline en een levenswijze die volgens Leo XIII reeds vóór de wijding op het toekomstige ambt moest zijn afgestemd. De tekst presenteert de bisschoppen als verantwoordelijken voor deze vorming en legt nadruk op de institutionele continuïteit van de Kerk door een goed gevormde geestelijkheid.

In de slotpassages onderbouwt Leo XIII zijn oproep tot financiële ondersteuning met verschillende Bijbelteksten. Hij verwijst achtereenvolgens naar 1 Petrus 5:7, 2 Korintiërs 9:10, Handelingen 4:32 en 4:34–35 en 1 Tessalonicenzen 5:12–13. De passages worden gebruikt in verband met vertrouwen op God, vrijgevigheid binnen de christelijke gemeenschap en waardering voor degenen die kerkelijk gezag uitoefenen.

Betekenis en latere verwijzingen

In onderzoek naar de katholieke pers in Brazilië wordt Paternae providaeque aangehaald als een van de pauselijke interventies waarmee de Heilige Stoel de ontwikkeling van katholieke publicaties wilde bevorderen. Marin wijst er tegelijk op dat de uitvoering van dergelijke Romeinse richtlijnen niet zonder spanningen verliep: binnen het Braziliaanse episcopaat bestonden verschillen in inzet en strategie rond de katholieke pers.

De encycliek werd ook later in pauselijke documenten aangehaald. In 2013 citeerde paus Benedictus XVI in het motu proprio Ministrorum institutio de uitspraak van Leo XIII dat het lot van de Kerk nauw verbonden is met de toestand van haar seminaries. Benedictus gaf daarbij als bron Paternae providaeque, 18 september 1899, in deel 32 van de Acta Sanctae Sedis, op pagina 214.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Paternae van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.