| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
In plurimis is een encycliek van paus Leo XIII, gedateerd 5 mei 1888 en gericht aan de rooms-katholieke bisschoppen van het toenmalige Keizerrijk Brazilië. De encycliek behandelt de afschaffing van de slavernij en verdedigt menselijke vrijheid en waardigheid vanuit een christelijk-theologisch en natuurrechtelijk perspectief. Leo XIII stelt daarin dat slavernij niet behoort tot de oorspronkelijke, door God gewilde orde van de menselijke natuur en roept de Braziliaanse bisschoppen op zich in te zetten voor een wettige en vreedzame beëindiging ervan.
De encycliek verscheen in de laatste fase van het Braziliaanse abolitionistische proces. Acht dagen na de datering van het document werd op 13 mei 1888 de Lei Áurea aangenomen, waarmee de nog bestaande wettelijke slavernij in Brazilië onmiddellijk en zonder compensatie aan slavenhouders werd afgeschaft. Historisch onderzoek beschrijft deze afschaffing als het resultaat van een langer proces van wetgeving, politiek abolitionisme, maatschappelijke mobilisatie en verzet door tot slaaf gemaakte mensen. In plurimis verscheen daarmee in een reeds ver gevorderde ontwikkeling en kan niet zonder nader historisch bewijs als oorzaak van de Lei Áurea worden beschouwd.
Slavernij vormde gedurende een groot deel van de geschiedenis van koloniaal en onafhankelijk Brazilië een belangrijk onderdeel van de economie en samenleving. Vanaf de jaren 1860 kwam de afschaffing ervan nadrukkelijker op de politieke agenda. De Lei do Ventre Livre van 1871, die kinderen geboren uit tot slaaf gemaakte vrouwen onder bepaalde voorwaarden vrij verklaarde, maakte deel uit van een beleid van geleidelijke emancipatie. Vanaf het einde van de jaren 1870 en vooral in de jaren 1880 groeide echter een massale abolitionistische beweging die onmiddellijke afschaffing eiste. Ook het verzet van tot slaaf gemaakte mensen zelf nam toe.
Leo XIII verwijst aan het begin van In plurimis naar recente vrijlatingen van tot slaaf gemaakte mensen in Brazilië die waren georganiseerd ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van zijn priesterwijding. Volgens de paus ondersteunden zowel de Braziliaanse keizer, diens dochter als leden van de regering de ontwikkeling in de richting van emancipatie. Hij presenteert zijn brief aan de bisschoppen als een bijdrage aan deze beweging.
De timing van de encycliek viel samen met een bredere ontwikkeling binnen het negentiende-eeuwse katholieke denken over slavernij en slavenhandel. Historica Benedetta Rossi plaatst In plurimis in het verlengde van de apostolische brief In supremo apostolatus van paus Gregorius XVI uit 1839, die zij beschrijft als de eerste formele pauselijke veroordeling van de slavenhandel. Volgens Rossi werden deze antislavernijstandpunten in 1888 door Leo XIII opnieuw naar voren gebracht in In plurimis en, vanuit een algemener begrip van vrijheid, in de encycliek Libertas praestantissimum.
De argumentatie van In plurimis begint christologisch. Leo XIII verwijst naar Christus als degene die bevrijding aan gevangenen verkondigt en verbindt lichamelijke slavernij met het bredere christelijke motief van bevrijding uit de slavernij van de zonde. De verlossing door Christus herstelt volgens deze redenering de oorspronkelijke waardigheid van de mens.
Daarbij beroept Leo zich onder meer op Gregorius de Grote en Augustinus van Hippo. In aansluiting bij Augustinus beschrijft hij slavernij niet als onderdeel van de oorspronkelijke natuurorde, maar als een verschijnsel dat samenhangt met de menselijke zonde. God zou de mens heerschappij over dieren hebben gegeven, maar niet een vergelijkbare heerschappij van mensen over medemensen.
Deze gedachte wordt verbonden met een theologische antropologie waarin alle mensen een gemeenschappelijke natuur bezitten en naar het beeld van God zijn geschapen. Leo veroordeelt daarom het behandelen van mensen als zaken of bezit en keert zich tegen de in de oudheid verdedigde gedachte dat bepaalde mensen van nature voor slavernij bestemd zouden zijn.
Vervolgens beroept de encycliek zich op verschillende teksten uit de brieven van Paulus, waaronder diens uitspraken over de eenheid van vrije en onvrije mensen in Christus. De geestelijke gelijkheid van christenen en hun gemeenschappelijke oorsprong, verlossing en bestemming vormen in Leo's argumentatie een basis voor broederschap tussen mensen.
Tegelijkertijd bespreekt Leo ook de nieuwtestamentische passages waarin slaven worden aangespoord hun meesters te gehoorzamen en meesters worden opgeroepen hun ondergeschikten rechtvaardig en menselijk te behandelen. De encycliek interpreteert deze teksten als een historische tussenfase waarin het christendom volgens Leo de maatschappelijke verhoudingen geleidelijk veranderde, zonder tot gewelddadige opstand aan te zetten.
De filosofische argumentatie van In plurimis maakt herhaaldelijk gebruik van begrippen die met het natuurrecht samenhangen. Volgens Leo bezitten mensen vanwege hun redelijke natuur en gemeenschappelijke menselijke waardigheid een andere morele status dan dieren of zaken. Het beschikken over een mens alsof deze bezit is, wordt daarom voorgesteld als strijdig met de oorspronkelijke natuurlijke orde.
In zijn bespreking van eerdere pauselijke uitspraken over inheemse volken in de Amerika's schrijft Leo bovendien over het natuurlijke recht van mensen om over hun eigen persoon te beschikken, volgens eigen wetten samen te leven en eigendom te bezitten. Deze passage maakt deel uit van zijn historische uiteenzetting over het optreden van eerdere pausen tegen bepaalde vormen van slavernij en uitbuiting.
Vrijheid wordt in de encycliek echter niet opgevat als onbeperkte individuele autonomie. In het slot van het document spoort Leo voormalige en toekomstige vrijgelatenen aan hun vrijheid te verbinden met verantwoordelijkheid voor gezin en samenleving, gehoorzaamheid aan rechtmatige wetten en het bewaren van de maatschappelijke vrede. Ook de afschaffing zelf moest volgens hem "wettig" en "gematigd" plaatsvinden en zonder politieke onrust.
Dit streven naar orde hangt samen met de gradualistische voorstelling van maatschappelijke verandering die elders in de tekst voorkomt. Leo stelt dat de Kerk in het verleden geen overhaaste of gewelddadige emancipatie zou hebben bevorderd, uit vrees dat maatschappelijke ontwrichting zowel vrijgemaakten als de samenleving zou schaden. In plaats daarvan presenteert hij geleidelijke hervorming, geloofsonderricht en morele verandering als de historische methode van de Kerk.
Een aanzienlijk deel van In plurimis bestaat uit een historische uiteenzetting waarin Leo XIII de Katholieke Kerk voorstelt als een instelling die vanaf het vroege christendom voortdurend zou hebben gewerkt aan verbetering van de positie en uiteindelijk de bevrijding van slaven. Hij noemt onder anderen kerkvaders, religieuze orden en eerdere pausen en wijst op praktijken zoals manumissie, het vrijkopen van gevangenen en kerkelijke bescherming van slaven tegen mishandeling.
Deze passages vormen de historische zelfinterpretatie van de encycliek en worden in de moderne geschiedschrijving niet zonder meer als een volledige beschrijving van de historische verhouding tussen christendom en slavernij overgenomen. De katholieke moraaltheoloog en jurist John T. Noonan behandelde slavernij als een belangrijk voorbeeld van verandering in de katholieke moraalleer en beschreef een langdurige ontwikkeling van aanvaarding en regulering naar uiteindelijke afwijzing van de instelling.
Historicus William G. Clarence-Smith heeft eveneens gewezen op de spanning tussen het abolitionistische karakter van In plurimis en oudere katholieke rechtvaardigingen van slavernij. Hij noemt 1888 een keerpunt binnen het katholicisme, maar merkt op dat Leo XIII in de encycliek geen systematische weerlegging gaf van alle traditionele theologische en juridische argumenten waarmee slavernij eerder was gelegitimeerd.
Hoewel de directe aanleiding voor In plurimis de situatie in Brazilië was, behandelt Leo XIII in het laatste gedeelte ook de toenmalige slavenhandel in delen van Afrika. Hij verwijst naar berichten van reizigers en ooggetuigen over gevangenneming, transport en verkoop van Afrikanen en roept politieke gezagsdragers en katholieken op zich tegen deze handel te verzetten.
De tekst gebruikt daarbij ook de religieuze en culturele denkbeelden van zijn tijd. Leo beschrijft bepaalde vormen van Afrikaanse slavenhandel in polemische termen in verband met islamitische handelaren en verbindt de bevrijding van tot slaaf gemaakte mensen met christelijke missionering. Missionarissen moesten volgens hem niet alleen bijdragen aan de lichamelijke vrijheid van slaven, maar tevens het christelijk geloof verbreiden. Als voorbeeld noemt hij de jezuïet Petrus Claver.
Deze verbinding tussen antislavernij, missionering en bekering paste in een bredere ontwikkeling van het katholieke abolitionisme aan het einde van de negentiende eeuw. Rossi wijst erop dat katholieke abolitionistische campagnes uit deze periode lichamelijke bevrijding vaak verbonden met het streven naar christelijke bekering. Tegelijkertijd ontwikkelde het Europese abolitionisme zich in een tijd waarin humanitaire, missionaire en imperiale doelstellingen gedeeltelijk met elkaar verweven raakten.
In plurimis wordt in de geschiedschrijving geplaatst binnen de laat-negentiende-eeuwse toenadering van het pausdom tot het internationale abolitionisme. Rossi beschouwt de encycliek als een voortzetting van de antislavernijpositie die in 1839 onder Gregorius XVI duidelijker naar voren was gekomen. Twee jaar na In plurimis keerde Leo XIII in de encycliek Catholicae Ecclesiae opnieuw terug naar slavernij, ditmaal vooral in verband met de katholieke missies in Afrika. Daar verwees hij expliciet naar zijn brief aan de Braziliaanse bisschoppen van 5 mei 1888 als een van zijn eerdere interventies tegen slavernij.
De betekenis van In plurimis wordt daardoor verschillend geaccentueerd. Enerzijds bevat de encycliek een ondubbelzinnige afwijzing van het behandelen van mensen als bezit, benadrukt zij de gemeenschappelijke menselijke waardigheid en ondersteunt zij de wettelijke beëindiging van de Braziliaanse slavernij. Anderzijds behield Leo elementen van een oudere katholieke gradualistische benadering: maatschappelijke orde, vreedzame hervorming en de wederzijdse plichten van meesters en slaven krijgen een belangrijke plaats, terwijl eerdere theologische rechtvaardigingen van slavernij niet afzonderlijk en systematisch worden weerlegd.
Daarom wordt de encycliek in de moderne historiografie zowel beschouwd als een belangrijk document in de ontwikkeling van het katholieke abolitionisme als gelezen tegen de achtergrond van de complexere historische verhouding tussen christelijke instellingen, slavernij, koloniale expansie en de geleidelijke ontwikkeling van katholieke moraalleer.