| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Saepe nos is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 24 juni 1888 en gericht aan de bisschoppen van Ierland. Het document behandelt de controverse rond het gebruik van boycotting en de zogeheten Plan of Campaign in de Ierse agrarische en politieke strijd van de jaren 1880. De encycliek verdedigt een eerdere beslissing van het Heilig Officie waarin beide actiemiddelen moreel ongeoorloofd waren verklaard.
Leo XIII maakte daarbij onderscheid tussen de rechtmatigheid van een nagestreefd doel en de morele geoorloofdheid van de gebruikte middelen. Hij stelde dat Ierse katholieken mochten streven naar verbetering van hun maatschappelijke omstandigheden, maar dat dit volgens hem moest gebeuren binnen de grenzen van het natuurrecht, de goddelijke wet, rechtvaardigheid en christelijke naastenliefde. De encycliek moet worden gezien tegen de achtergrond van de hernieuwde Ierse landstrijd van de tweede helft van de jaren 1880 en van spanningen tussen de Heilige Stoel, delen van de Ierse geestelijkheid en de nationalistische beweging.
De Ierse politiek van de jaren 1880 werd mede beheerst door conflicten over grondbezit, pachtprijzen en de positie van pachters. Na de debatten over Home Rule in 1886 kwam de landkwestie opnieuw centraal te staan in de Anglo-Ierse politiek. De economische problemen op het platteland en uitzettingen van pachters vormden de directe achtergrond van de Plan of Campaign, die vanaf 1886 door vooraanstaande aanhangers van Charles Stewart Parnell werd georganiseerd.
Bij de Plan of Campaign bepaalden deelnemende pachters gezamenlijk welk lager pachtbedrag zij redelijk achtten. Wanneer een landeigenaar dit bedrag weigerde, werd het geld in een gemeenschappelijk fonds gestort, waaruit onder meer uitgezette pachters konden worden ondersteund. De campagne maakte deel uit van een bredere fase van agrarische agitatie die volgde op de eerdere Ierse Land War. Historicus Laurence M. Geary behandelt de Plan of Campaign als een afzonderlijke campagne die liep van 1886 tot 1891.
Naast collectieve pachtacties speelde boycotting een rol. Daarmee werd in de Ierse politieke strijd georganiseerde sociale en economische uitsluiting van personen bedoeld. In de kerkelijke discussie werden boycotting en de Plan of Campaign als afzonderlijke maar samenhangende actiemiddelen beoordeeld. De bronnen geven daarom geen grond om boycotting zonder meer als een vorm van fysiek geweld te definiëren. Leo XIII veroordeelde de methoden als ongeoorloofd en waarschuwde daarnaast afzonderlijk tegen geweld, onrecht en aantasting van personen en eigendom.
Vanwege de betrokkenheid van katholieke geestelijken bij de Ierse nationale en sociale beweging liet Leo XIII de toestand in Ierland nader onderzoeken. In 1887 zond hij de Italiaanse prelaat Ignazio Persico als apostolisch commissaris naar Ierland. Volgens historicus Alberto Belletti verbleef Persico er bijna zes maanden, bezocht hij verschillende bisdommen en sprak hij met bisschoppen en andere vooraanstaande personen. Zijn opdracht omvatte zowel de sociaal-politieke situatie als de verhouding tussen de katholieke geestelijkheid en de nationalistische beweging.
Persico uitte kritiek op de politieke activiteit van delen van de Ierse geestelijkheid, maar adviseerde de Heilige Stoel volgens Belletti om niet buiten het Ierse episcopaat om op te treden en eventuele maatregelen via de bisschoppen te laten verlopen. In Rome werd ondertussen verder over de kwestie beraadslaagd. De jezuïet en theoloog Andreas Steinhuber stelde voor het Heilig Officie een votum, een theologisch advies, op over de Plan of Campaign en boycotting.
Belletti's reconstructie van de besluitvorming vermeldt dat zes kardinalen het advies op 12 april 1888 onderzochten. Op 18 april volgde een formele vergadering van het Heilig Officie, waarna Leo XIII de beslissing goedkeurde. Op 20 april stelde kardinaal Raffaele Monaco La Valletta de Ierse bisschoppen ervan in kennis dat het Heilig Officie boycotting en de Plan of Campaign als immoreel had veroordeeld.
De beslissing leidde in Ierland tot verzet en discussie. Saepe nos, die twee maanden later verscheen, was daarmee niet de eerste bekendmaking van het verbod, maar een pauselijke verdediging en bevestiging ervan.
Leo XIII opent Saepe nos met een verwijzing naar zijn eerdere belangstelling voor Ierland en naar eerdere contacten van de Heilige Stoel met de Ierse kerk. Vervolgens bespreekt hij de onrust die volgens hem was ontstaan na de bekendmaking van het decreet tegen boycotting en de Plan of Campaign. Hij verwerpt de opvatting dat de Kerk niet bevoegd zou zijn een oordeel te geven over de morele geoorloofdheid van menselijke handelingen.
De paus benadrukt vervolgens dat de beslissing naar zijn zeggen was voorafgegaan door onderzoek naar de Ierse omstandigheden. Hij verwijst daarbij naar gesprekken met Ierse bisschoppen en naar de missie van een pauselijke vertegenwoordiger in het voorgaande jaar, waarmee Persico werd bedoeld.
Tegelijkertijd ontkent Leo XIII dat de veroordeling betekende dat hij ongevoelig was voor de maatschappelijke problemen in Ierland. Hij schrijft dat hij het streven van de Ieren naar betere omstandigheden niet had bestreden. Volgens de encycliek moest echter onderscheid worden gemaakt tussen wat in een politieke of sociale strijd geoorloofd en ongeoorloofd was.
Als morele maatstaven noemt de tekst uitdrukkelijk het natuurrecht en de goddelijke wet. Leo XIII herinnert tevens aan een verklaring van de Ierse bisschoppen uit 1881, waarin was gewaarschuwd tegen onder meer het niet nakomen van rechtmatige verplichtingen, het verhinderen van anderen om hun verplichtingen na te komen, aantasting van persoon of eigendom, gewelddadig verzet tegen de wet en deelname aan geheime verenigingen.
In de slotpassages noemt de paus rechtvaardigheid en naastenliefde als algemene morele beginselen en stelt hij dat zelfs een rechtvaardige zaak schade wordt toegebracht wanneer zij met geweld of onrecht wordt verdedigd. De Ierse bisschoppen krijgen de opdracht de strekking van het decreet duidelijk aan de gelovigen over te brengen. De encycliek eindigt met de oproep dat de Ieren hun legitieme belangen door legitieme middelen zouden nastreven, met behoud van rechtvaardigheid en gehoorzaamheid aan de Apostolische Stoel.
De argumentatie van Saepe nos is in de eerste plaats moraaltheologisch. De tekst bevat geen uitgewerkte Bijbelexegese en bouwt zijn redenering niet op expliciete Schriftcitaten. Centraal staan algemene normen als natuurrecht, goddelijke wet, rechtvaardigheid, naastenliefde, openbare orde, matiging en gehoorzaamheid aan legitiem gezag.
Een fundamenteel onderscheid in het document is dat tussen het doel van politiek handelen en de middelen waarmee dat doel wordt nagestreefd. Leo XIII erkent dat de Ieren naar betere omstandigheden kunnen streven, maar stelt tegelijkertijd dat een op zichzelf rechtvaardige zaak niet ieder middel moreel geoorloofd maakt. In zijn redenering blijven politieke handelingen daarom onderworpen aan morele normen.
Daarnaast bevat de encycliek een ecclesiologisch uitgangspunt: Leo XIII verdedigt uitdrukkelijk de bevoegdheid van de Kerk om te beoordelen wat in menselijk handelen moreel juist of onjuist is. Het geschil gaat daarmee niet alleen over de concrete Ierse actiemiddelen, maar ook over de reikwijdte van het kerkelijke leergezag in politieke en maatschappelijke kwesties.
Het voorbereidende votum van Steinhuber, dat niet met de uiteindelijke encycliek moet worden vereenzelvigd, maakt de achterliggende Romeinse moraaltheologische argumentatie uitvoeriger zichtbaar. In het door Belletti uitgegeven document worden onder meer contractuele rechtvaardigheid, eigendomsverhoudingen, christelijke naastenliefde en de bescherming van de openbare vrede aangevoerd bij de beoordeling van de Plan of Campaign en boycotting. De uiteindelijke encycliek formuleert de argumentatie algemener en concentreert zich op het beginsel dat een rechtvaardig doel met rechtvaardige middelen moet worden nagestreefd.
De tekst noemt Thomas van Aquino niet en bevat geen systematische uiteenzetting van het thomisme. In de bredere historiografie over Leo XIII en Ierland wordt de controverse echter wel in verband gebracht met diens herwaardering van het thomistische politieke en sociale denken. Historica Rose Luminiello plaatst de Ierse landstrijd in de context van Leo XIII's herstel van het thomisme en van de ontwikkeling die later mede zichtbaar werd in Rerum Novarum (1891). Zij wijst er tevens op dat Ierse katholieke leken thomistische denkbeelden over recht en politieke gemeenschap ook konden gebruiken ter rechtvaardiging van vormen van verzet die door kerkelijke autoriteiten als moreel ongeoorloofd werden beschouwd.
De pauselijke interventie was omstreden binnen de Ierse katholieke gemeenschap. Belletti stelt dat het optreden van de Heilige Stoel tegen het advies van Persico in een diepgaand conflict tussen delen van de Ierse Kerk en Rome resulteerde. Oliver P. Rafferty merkt in zijn bespreking van Ambrose Macaulays studie over de kwestie eveneens op dat de veroordeling van de Plan of Campaign tot irritatie binnen de Ierse kerkelijke hiërarchie leidde.
In de geschiedschrijving wordt het optreden van de Heilige Stoel niet alleen als een kerkelijk-moralistische kwestie behandeld, maar ook in de politieke en diplomatieke context van de jaren 1880. Macaulays onderzoek in de Vaticaanse archieven plaatst de besluitvorming in de bredere verhouding tussen de Heilige Stoel, de Britse regering en het Ierse nationalisme. Rafferty wijst in zijn bespreking van Macaulays werk onder meer op druk die Britse katholieke notabelen op het Vaticaan uitoefenden om tegenover het Ierse radicalisme een regeringsgezinde positie in te nemen. Dit vormt een historiografische verklaring voor de politieke context van de besluitvorming, naast de moreeltheologische motivering die de pauselijke en curiale documenten zelf geven.
De verhouding tussen de Rooms-Katholieke Kerk en de Plan of Campaign is uitvoerig bestudeerd door onder anderen Emmet J. Larkin, Laurence M. Geary en Ambrose Macaulay. Hun studies plaatsen de pauselijke veroordeling en Saepe nos binnen de bredere geschiedenis van de Ierse landkwestie, het nationalisme en de betrekkingen tussen het Ierse episcopaat en Rome.