| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Christi Nomen is een encycliek van paus Leo XIII, uitgevaardigd op 24 december 1894. Het document behandelt de verbreiding van het christelijk geloof en de positie van de oosterse Kerken. Leo XIII verbindt de ondersteuning van de katholieke missies met zijn streven naar kerkelijke eenheid en vraagt om meer materiële steun voor de opleiding van geestelijken, onderwijsinstellingen en andere katholieke activiteiten in het Oosten.
De encycliek verscheen in een jaar waarin Leo XIII verschillende initiatieven nam met betrekking tot de verhouding tussen Rome en de oosterse christelijke gemeenschappen. In juni 1894 had hij in de apostolische brief Praeclara gratulationis publicae tot christelijke eenheid opgeroepen, terwijl de apostolische brief Orientalium Dignitas van 30 november 1894 voorschriften bevatte ter bescherming van de eigen riten en kerkelijke discipline van de oosterse katholieke Kerken.
De betrekkingen met de oosterse Kerken vormden een onderdeel van het kerkelijke en diplomatieke beleid van Leo XIII. In Praeclara gratulationis publicae richtte de paus zich nadrukkelijk tot de christenen van het Oosten en stelde hij herstel van de kerkelijke gemeenschap met Rome als doel. In november 1894 vond in het Vaticaan bovendien een conferentie plaats waaraan vertegenwoordigers van de oosterse katholieke Kerken deelnamen. Historicus Ahmet Türkan beschrijft deze bijeenkomst als onderdeel van een breder proces dat in juni 1894 met de oproep van Leo XIII was begonnen en dat ook politieke aandacht kreeg in het Ottomaanse Rijk.
Op 30 november volgde Orientalium Dignitas. Daarin bevestigde Leo XIII het belang van de eigen liturgische tradities en kerkelijke discipline van de oosterse katholieke Kerken. De brief bevatte onder meer bepalingen die moesten voorkomen dat gelovigen zonder voldoende reden van een oosterse naar de Latijnse ritus overgingen. Ook bepleitte de paus de vorming van plaatselijke geestelijken in hun eigen ritus en taal.
Christi Nomen, die enkele weken later verscheen, bouwde voort op deze initiatieven. Leo XIII verwees in de encycliek uitdrukkelijk naar zowel Praeclara gratulationis publicae als zijn recente maatregelen ter bescherming van de oosterse riten.
Een tweede achtergrond vormde Leo XIII's eerdere beleid inzake katholieke missieorganisaties. In de encycliek Sancta Dei Civitas uit 1880 had hij het Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof aanbevolen en katholieken opgeroepen de missies met gebed en financiële bijdragen te ondersteunen. In Christi Nomen keerde hij naar dit thema terug en verbond hij de steun aan missieorganisaties specifiek met zijn beleid ten aanzien van het Oosten.
Aan het begin van de encycliek omschrijft Leo XIII de verbreiding van het christelijk geloof als een centrale taak van de Kerk. Hij verwijst daarbij naar Sancta Dei Civitas en naar de ondersteuning die het Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof sinds zijn stichting aan katholieke missies had verleend.
Volgens Leo XIII was tegen het einde van 1894 een nieuwe behoefte ontstaan die een grotere inzet van katholieke liefdadigheid noodzakelijk maakte. Die behoefte bracht hij rechtstreeks in verband met zijn streven naar toenadering tot de oosterse christenen en met de maatregelen die hij eerder dat jaar had genomen.
Een belangrijk praktisch thema van Christi Nomen is de opleiding van geestelijken. De paus stelde dat voor zijn streven naar kerkelijke hereniging goed opgeleide en vrome geestelijken noodzakelijk waren. Hij bepleitte daarom de oprichting en ondersteuning van instellingen voor de vorming van jongeren en van scholen waar godsdienstige en algemene vorming konden worden gegeven. Ook achtte hij de beschikbaarheid van geschikte religieuze literatuur van belang.
De wijze waarop geloof en katholiek leven werden onderwezen moest volgens de encycliek rekening houden met het eigen karakter van de betrokken volkeren. Tegelijkertijd verwijst het document naar het waardig uitoefenen van de verschillende oosterse riten. Dit sluit aan bij Orientalium Dignitas, waarin Leo XIII kort daarvoor uitvoeriger bepalingen had vastgelegd om oosterse riten, kerkelijke gebruiken en de positie van de oosterse hiërarchie te beschermen.
Leo XIII wees erop dat de betrokken oosterse Kerken de kosten van seminaries, scholen en andere instellingen niet zelfstandig konden dragen. Hij wilde daarvoor in het bijzonder een beroep doen op het Genootschap voor de Voortplanting van het Geloof. De steun aan het Oosten mocht volgens hem echter niet ten koste gaan van bestaande missiewerken elders. Daarom riep hij de bisschoppen op om de inkomsten en het aantal ondersteuners van het genootschap te vergroten.
Daarnaast noemt de encycliek het genootschap voor de scholen in het Oosten, een organisatie die Leo XIII reeds in Sancta Dei Civitas had aanbevolen. De gevraagde steun bestond zowel uit financiële bijdragen als uit gebed.
In de argumentatie van Christi Nomen zijn missie en kerkelijke eenheid nauw met elkaar verbonden. De encycliek begint met de opdracht om de naam en het rijk van Christus te verbreiden en past die opdracht vervolgens toe op zowel de algemene missiewerkzaamheden als op de verhouding met oosterse christenen die niet in gemeenschap met Rome stonden.
De opvatting van eenheid die in het document wordt gehanteerd is die van Leo XIII's katholieke ecclesiologie. Aan het slot spreekt hij over eenheid in geloof en kerkelijk bestuur. Een vergelijkbare formulering komt voor in Praeclara gratulationis publicae, waarin Leo XIII een volledige hereniging met Rome nastreefde, maar daarbij tevens verklaarde de eigen riten en patriarchale rechten van de oosterse Kerken te willen eerbiedigen.
De dominicaanse theoloog Victor White beschreef Leo XIII's bredere streven naar christelijke hereniging als meer dan een reactie op praktische of politieke omstandigheden. Volgens White behoorde de eenheid van de christenen tot de principiële religieuze doelstellingen die in Leo's geschriften over hereniging naar voren kwamen. Die bredere doelstelling vormt de achtergrond waartegen Christi Nomen werd gepubliceerd.
De encycliek verbindt het streven naar hereniging met zowel gebed als menselijk handelen. Leo XIII verklaart dat de verwezenlijking van zijn doel uiteindelijk van goddelijke hulp afhankelijk is, maar dat deze hulp gepaard moet gaan met menselijke inspanning. Vervolgens noemt hij concrete middelen: de vorming van geestelijken, onderwijs, publicaties, gebed en financiële ondersteuning.
Deze gedachte was niet nieuw in zijn missieleer. Ook in Sancta Dei Civitas had Leo XIII de uitbreiding van de Kerk enerzijds toegeschreven aan de werking van de Heilige Geest en anderzijds aan menselijke verkondiging, gebed en materiële ondersteuning.
Christi Nomen vormt samen met Praeclara gratulationis publicae en Orientalium Dignitas een reeks documenten uit 1894 waarin Leo XIII zich met de oosterse Kerken en het vraagstuk van de christelijke eenheid bezighield. De documenten hadden verschillende functies. Praeclara gratulationis publicae formuleerde een brede oproep tot eenheid; Orientalium Dignitas bevatte concrete disciplinaire voorschriften voor de bescherming van oosterse katholieke riten en instellingen; Christi Nomen concentreerde zich vervolgens op de personele en financiële middelen die voor de missie- en opleidingsactiviteiten in het Oosten nodig werden geacht.
Türkans onderzoek naar de gebeurtenissen van 1894 plaatst de pauselijke initiatieven in de context van de verhouding tussen Rome, de oosterse katholieke Kerken en het Ottomaanse Rijk. De conferentie in Rome en de daarmee samenhangende kerkelijke maatregelen werden niet uitsluitend als interne kerkelijke aangelegenheden beschouwd, maar trokken ook de aandacht van de Ottomaanse overheid en de Europese pers.
Een eeuw later verwees paus Johannes Paulus II opnieuw naar Christi Nomen. In de apostolische brief Orientale Lumen van 2 mei 1995, gepubliceerd ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Orientalium Dignitas, plaatste hij de encycliek naast Praeclara gratulationis publicae in de reeks initiatieven waarmee Leo XIII de banden met de christenen van het Oosten en het streven naar eenheid wilde bevorderen.