| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Inimica vis is een encycliek van Paus Leo XIII, uitgevaardigd op 8 december 1892 en gericht aan de bisschoppen van Italië. Het document handelt over de vrijmetselarij en roept de Italiaanse bisschoppen op om volgens Leo XIII bedreigingen voor het katholieke geloof en de kerkelijke positie in Italië tegen te gaan.
De encycliek behoort tot een reeks geschriften waarin Leo XIII zich tegen de vrijmetselarij keerde. Eerder had hij het onderwerp behandeld in Humanum genus uit 1884 en, specifiek met betrekking tot Italië, in Dall'alto dell'Apostolico Seggio uit 1890. Op dezelfde dag als Inimica vis verscheen ook Custodi Di Quella Fede, gericht aan het Italiaanse volk.
Inimica vis ontstond tegen de achtergrond van de langdurige conflicten tussen de Rooms-Katholieke Kerk en antiklerikale en secularistische stromingen in het na de Italiaanse eenwording ontstane Koninkrijk Italië. De plaats van de vrijmetselarij binnen deze conflicten was niet eenduidig. Historicus Martin Papenheim stelt dat de Italiaanse vrijmetselarij pas vanaf de jaren 1860 meer organisatorische samenhang kreeg en in 1887 een voorlopige nationale eenheid bereikte rond de Grande Oriente d'Italia. Volgens hem vormde de Italiaanse vrijmetselarij geen ideologisch homogeen geheel: sommige loges waren politiek gematigd of apolitiek, terwijl andere uitgesproken antiklerikaal waren.
Onder het grootmeesterschap van Adriano Lemmi (1885–1895) nam volgens Papenheim in elk geval de leiding van de Grande Oriente d'Italia een scherper antikatholieke, atheïstische en antichristelijke richting aan. De spanningen werden in dezelfde periode zichtbaar in het openbare en politieke leven. De vrijmetselaar Francesco Crispi werd in 1887 minister-president, terwijl de Grande Oriente betrokken was bij de campagne voor het monument voor Giordano Bruno in Rome, dat in 1889 werd onthuld en een belangrijk symbool werd in de antiklerikale cultuurstrijd.
Leo XIII had de vrijmetselarij reeds uitvoerig veroordeeld in Humanum genus van 20 april 1884. In Dall'alto dell'Apostolico Seggio van 15 oktober 1890 richtte hij zich vervolgens tot de bisschoppen, geestelijkheid en bevolking van Italië en verbond hij zijn kritiek op de vrijmetselarij uitdrukkelijk met de kerkelijk-politieke situatie in het land. Inimica vis zette deze specifiek Italiaanse benadering voort.
Aan het begin van Inimica vis verwijst Leo XIII naar eerdere pauselijke veroordelingen van de vrijmetselarij. Hij stelt dat veel Italianen de omvang van het gevaar volgens hem onderschatten en beschrijft de vrijmetselarij als een georganiseerde tegenstander van de geopenbaarde christelijke leer en van de maatschappelijke positie van de Kerk. Deze voorstelling is de positie van de paus in de encycliek en vormt geen neutrale beschrijving van alle Italiaanse vrijmetselaarsorganisaties; de historiografie wijst juist op de ideologische verscheidenheid binnen de Italiaanse vrijmetselarij.
Een centraal onderwerp is de verhouding tussen Kerk en staat. Leo XIII verwerpt de opvatting die hij aan zijn tegenstanders toeschrijft dat de Kerk geen zelfstandige en werkelijke maatschappelijke orde zou vormen, dat de staat voorrang boven haar zou hebben en dat het burgerlijk gezag boven het geestelijk gezag zou staan. Als concreet twistpunt noemt hij de controle van burgerlijke overheden over kerkelijke goederen en inkomsten uit kerkelijke beneficiën.
De encycliek besteedt daarnaast aandacht aan de geestelijkheid. Leo XIII schrijft dat tegenstanders zouden proberen lagere geestelijken door beloften en nieuwe ideeën van de gehoorzaamheid aan het kerkelijk gezag los te maken. Tegelijk spreekt hij vertrouwen uit in de trouw en plichtsbetrachting van de Italiaanse clerus. Vervolgens onderscheidt hij verschillende groepen leken die de vrijmetselarij volgens hem uit ambitie, persoonlijk voordeel, zwakheid of onwetendheid zouden hebben gesteund. De bisschoppen worden aangespoord hen door pastorale overtuiging tot een andere houding te bewegen.
In het achtste gedeelte van de encycliek omschrijft Leo XIII als fundamenteel doel van zijn tegenstanders dat het godsdienstige geloof uit het openbare en persoonlijke leven zou worden verwijderd en dat beide uitsluitend volgens beginselen van het "naturalisme" zouden worden ingericht. Aan het einde van het document roept hij de bisschoppen op om door overtuiging, aansporing en voorbeeld de religieuze inzet van geestelijkheid en gelovigen te versterken. Hij legt daarbij nadruk op onderlinge eenheid en kerkelijke discipline.
De theologische argumentatie van Inimica vis is gebaseerd op het onderscheid tussen goddelijke openbaring en opvattingen die Leo XIII daarmee onverenigbaar acht. De encycliek verbindt het katholieke geloof met de door Christus gebrachte verlossing en met een opvatting van de Kerk als een door God gewilde, zelfstandige gemeenschap. De vrijheid van de Kerk tegenover staatsmacht wordt daardoor niet uitsluitend als een politieke kwestie behandeld, maar tevens als een theologische aangelegenheid.
Ook de tegenstelling tussen bovennatuurlijke openbaring en "naturalisme" is bepalend voor het betoog. Inimica vis bevat echter geen zelfstandige systematische filosofische uiteenzetting. Voor de bredere intellectuele context van Leo XIII wijzen historici op zijn bevordering van de thomistische filosofie en het natuurrecht. Robert P. Kraynak beschrijft de thomistische heropleving als een centraal element van Leo's reactie op de moderniteit en noemt daarbij onder meer een geordend werkelijkheidsbeeld en de natuurwet. Het door Inimica vis afgewezen "naturalisme" is daarom niet hetzelfde begrip als het natuurrecht dat in Leo's bredere filosofische en sociale leer een belangrijke plaats innam.
John Molony en David M. Thompson plaatsen Leo's sociale denken eveneens in een traditie van natuurrecht en goddelijke wet. In hun overzicht van de ontwikkeling van de katholieke sociale leer noemen zij de vrijmetselarij als een van de maatschappelijke gevaren die Leo XIII aanwees en verwijzen zij daarbij specifiek naar Inimica vis.
Inimica vis herneemt verschillende elementen uit Humanum genus, maar heeft een beperktere geografische en pastorale adressering. Humanum genus was gericht tot de katholieke hiërarchie wereldwijd en bevatte een uitvoeriger algemene veroordeling van de vrijmetselarij. Inimica vis richt zich daarentegen rechtstreeks tot de Italiaanse bisschoppen en concentreert zich op de volgens Leo XIII aanwezige problemen in Italië.
De samenhang met Custodi di quella fede is expliciet. In het slot van Inimica vis kondigt Leo XIII aan dat hij gelijktijdig een brief aan het Italiaanse volk laat verspreiden en vraagt hij de bisschoppen deze bekend te maken en waar nodig toe te lichten. Custodi di quella fede is eveneens gedateerd op 8 december 1892, maar richt zich rechtstreeks tot de Italiaanse bevolking en behandelt de vrijmetselarij uitgebreider in relatie tot de Italiaanse samenleving.
In de historiografie wordt Inimica vis onder meer genoemd als onderdeel van Leo XIII's bredere sociale en politieke leer. Molony en Thompson signaleren dat Leo de vrijmetselarij als een gevaar aan zijn lijst van maatschappelijke tegenstanders toevoegde en wijzen op de scherpe kwalificatie van de beweging in Inimica vis. Historisch onderzoek naar de Italiaanse vrijmetselarij nuanceert tegelijk het homogene vijandbeeld in de pauselijke polemiek: volgens Papenheim bestonden tussen Italiaanse loges aanzienlijke politieke en ideologische verschillen, ook al werd de leiding van de Grande Oriente d'Italia onder Lemmi nadrukkelijker antikatholiek.