| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Longinqua, doorgaans aangeduid met de beginwoorden Longinqua oceani, is een encycliek van paus Leo XIII van 6 januari 1895, gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van de Verenigde Staten. De encycliek behandelt de ontwikkeling en positie van de Katholieke Kerk in de Verenigde Staten en bespreekt onder meer de verhouding tussen Kerk en staat, katholiek onderwijs, kerkelijk bestuur, huwelijk en gezin, het verenigingsleven, de katholieke pers en de verhouding tot niet-katholieken.
Leo XIII spreekt waardering uit voor de wettelijke vrijheid die de Kerk in de Verenigde Staten genoot en voor haar snelle institutionele groei. Tegelijk wijst hij de gevolgtrekking af dat de Amerikaanse scheiding van Kerk en staat daarom het meest wenselijke of universeel toepasbare model zou zijn. De encycliek verscheen in een periode van interne discussies binnen het Amerikaanse katholicisme over de verhouding tot de Amerikaanse samenleving en wordt in de historiografie mede geplaatst in de voorgeschiedenis van de controverse over het zogenoemde Americanisme. Die controverse mondde in 1899 uit in de apostolische brief Testem benevolentiae nostrae, waarin Leo XIII expliciet inging op bepaalde opvattingen die onder de naam Americanismus werden aangeduid.
Aan het begin van Longinqua verbindt Leo XIII zijn beschouwing over de Amerikaanse Kerk met de kort daarvoor gevierde vierhonderdste verjaardag van de reizen van Christoffel Columbus. Vervolgens schetst hij vanuit zijn eigen kerkelijke perspectief de ontwikkeling van het katholicisme in Noord-Amerika. Hij noemt de totstandkoming van de kerkelijke hiërarchie, de uitbreiding van het aantal geestelijken en de stichting van kerken, scholen, colleges, ziekenhuizen, kloosters en liefdadigheidsinstellingen.
De encycliek ontstond tegen de achtergrond van meningsverschillen binnen de Amerikaanse kerkelijke leiding over onder meer onderwijs, immigratie, de verhouding tot niet-katholieken, kerkelijk gezag en de Amerikaanse politieke orde. Historicus David P. Killen heeft erop gewezen dat de kwesties die later met het Americanisme in verband werden gebracht uiteenlopend en complex waren en niet zonder meer tot één samenhangend programma kunnen worden herleid.
Volgens historicus John T. McGreevy stelde de Italiaanse jezuïet Salvatore Maria Brandi een ontwerp voor Longinqua op. McGreevy plaatst de encycliek in de toenmalige discussies over katholieke scholen en over de vraag in hoeverre de Amerikaanse verhouding tussen godsdienst en staat ook elders als model kon dienen.
Leo XIII beoordeelt de groei van de Amerikaanse Kerk positief. Hij schrijft die toe aan het optreden van bisschoppen en geestelijkheid en aan het geloof en de vrijgevigheid van katholieke leken. Daarnaast erkent hij de betekenis van de Amerikaanse rechtsorde. Volgens de encycliek kon de Kerk er zonder grondwettelijke of wettelijke belemmeringen functioneren en werd zij door de gewone wet en de rechtbanken beschermd.
Op deze waardering volgt een belangrijke beperking. Leo XIII noemt het volgens de tekst onjuist om uit het Amerikaanse succes af te leiden dat daar de meest wenselijke verhouding tussen Kerk en staat was gevonden, of dat een scheiding zoals in de Verenigde Staten overal rechtmatig of doelmatig zou zijn. De Kerk zou volgens hem meer vrucht kunnen dragen wanneer zij naast vrijheid ook de gunst van de wet en ondersteuning door het openbaar gezag genoot.
De passage maakt daardoor onderscheid tussen een feitelijke waardering van de vrijheid waarover de Amerikaanse Kerk beschikte en een normatief oordeel over de scheiding van Kerk en staat. In een studie van de politieke leer van Leo XIII interpreteert rechtsgeleerde Julio Alvear Téllez deze passage als een voorbeeld van Leo's opvatting dat de Amerikaanse regeling onder haar specifieke historische omstandigheden voordelen kon hebben zonder dat de scheiding zelf als een goed op zichzelf werd beschouwd.
Een afzonderlijk gedeelte is gewijd aan het hoger onderwijs. Leo XIII verwijst naar de stichting van de Catholic University of America in Washington in 1889. De universiteit moest volgens hem geleerdheid en wetenschappelijke vorming verbinden met het katholieke geloof. Hij onderstreept daarbij dat katholieken zich ook met moderne wetenschappen moesten bezighouden en actief naar kennis en waarheid moesten streven.
Daarnaast bespreekt de paus de organisatie van het kerkelijk bestuur in de Verenigde Staten. Hij verwijst naar de besluiten van het Derde Plenair Concilie van Baltimore en verdedigt de instelling van een permanente apostolische vertegenwoordiging van de Heilige Stoel. Volgens de encycliek was die vertegenwoordiging niet bedoeld om de bevoegdheden van de plaatselijke bisschoppen te beperken, maar om de banden met Rome, de kerkelijke discipline en de eenheid van bestuur te versterken.
Leo XIII behandelt het huwelijk als zowel een religieuze als maatschappelijke instelling. Hij verdedigt de eenheid en onontbindbaarheid van het huwelijk en verbindt die leer met de stabiliteit van gezin en samenleving. Daarbij sluit hij aan bij zijn eerdere encycliek Arcanum divinae sapientiae uit 1880.
Ook burgerschap wordt in morele termen beschreven. In een vrije staat is vrijheid volgens Leo alleen duurzaam wanneer burgers rechtvaardigheid, zelfbeheersing en integriteit beoefenen. De encycliek verbindt politieke plichten daarom met algemene morele normen: wat in het particuliere leven ongeoorloofd is, wordt volgens de tekst niet geoorloofd doordat het in het openbare leven gebeurt.
Bij de bespreking van maatschappelijke verenigingen erkent Leo uitdrukkelijk het recht van arbeiders om zich te organiseren ter behartiging van hun belangen. Tegelijk waarschuwt hij katholieken tegen organisaties die door de Kerk waren veroordeeld of door verantwoordelijke beoordelaars, in het bijzonder de bisschoppen, als verdacht of gevaarlijk werden beschouwd. Hij verwijst daarbij naar de beginselen van Rerum novarum uit 1891 en benadrukt dat het verdedigen van belangen niet ten koste van rechtvaardigheid en plichten mocht gaan. De encycliek noemt in deze passage de vrijmetselarij niet bij naam.
De encycliek kent de pers een belangrijke maatschappelijke en kerkelijke invloed toe. Katholieke schrijvers en journalisten moesten volgens Leo hun geloof en morele beginselen als richtsnoer nemen, verdeeldheid vermijden en het gezag van de bisschoppen eerbiedigen. Hij achtte dit in de Verenigde Staten in het bijzonder van belang wegens het intensieve maatschappelijke contact tussen katholieken en niet-katholieken.
Aan het slot spreekt Leo over de relatie met Amerikanen die niet tot de Katholieke Kerk behoorden. Hij pleit voor hun toenadering tot het katholicisme en legt daarbij nadruk op voorbeeld, liefdadigheid en overtuigingskracht. Ook noemt hij evangelisatie onder inheemse Amerikanen en Afro-Amerikanen als een taak van de Kerk.
De ecclesiologie van Longinqua berust op de opvatting van de Kerk als een door Christus gestichte gemeenschap met als primaire doel het heil van de mens. Tegelijk schrijft Leo haar een werking in de tijdelijke samenleving toe: religie en Kerk zouden bijdragen aan moraal, maatschappelijke orde en het algemeen welzijn.
Daarmee hangt de politieke opvatting van vrijheid in de encycliek samen. Vrijheid wordt niet als een op zichzelf staand hoogste beginsel voorgesteld, maar verbonden met rechtvaardigheid en morele verantwoordelijkheid. Leo aanvaardt de concrete vrijheid die de Amerikaanse rechtsorde aan de Kerk bood, maar leidt daaruit geen principiële voorkeur voor institutionele scheiding van religie en staat af. De spanning tussen deze praktische waardering en Leo's bredere normatieve visie op de verhouding tussen Kerk en politieke gemeenschap is een centraal thema in wetenschappelijke besprekingen van de encycliek.
Ook de passages over onderwijs plaatsen geloof en rationele kennis niet tegenover elkaar. Leo verlangt dat katholieke instellingen zowel theologie en filosofie als de wetenschappen van zijn tijd beoefenen. De tekst presenteert wetenschappelijk onderzoek als verenigbaar met de katholieke geloofsvorming, mits beide volgens de paus op waarheid gericht blijven.
Op sociaal-ethisch terrein sluit Longinqua aan bij Rerum novarum. Het recht van arbeiders op vereniging wordt erkend, maar dit recht wordt gekoppeld aan normen van rechtvaardigheid, eerbied voor eigendom, maatschappelijke vrede en afwijzing van geweld. De encycliek past zo elementen van Leo's bredere sociale leer toe op de Amerikaanse situatie.
De ontvangst van Longinqua in de Amerikaanse pers is afzonderlijk onderzocht door de historicus Samuel J. Thomas. Vooral de passage over Kerk en staat was van belang omdat zij zowel een positieve beoordeling van de feitelijke vrijheid van de Amerikaanse Kerk bevatte als een uitdrukkelijke weigering om het Amerikaanse stelsel tot universele kerkelijke norm te verheffen.
Gerald P. Fogarty plaatst Longinqua binnen de toenemende spanningen tussen verschillende groepen in de Amerikaanse hiërarchie en tussen Amerikaanse katholieken en Rome. McGreevy behandelt het document eveneens als onderdeel van de conflicten die zich in de jaren 1890 rond kerkelijke aanpassing, onderwijs en de verhouding tussen katholicisme en Amerikaanse instituties ontwikkelden.
Vier jaar later richtte Leo XIII Testem benevolentiae aan kardinaal James Gibbons, aartsbisschop van Baltimore. Daarin besprak hij expliciet opvattingen die onder de naam Americanismus werden aangeduid. Killen beschrijft dit schrijven als het culminatiepunt van een langere en inhoudelijk complexe periode van conflicten die minstens tot het Derde Plenair Concilie van Baltimore van 1884 terugging. Longinqua geldt daarmee als een document uit de voorgeschiedenis van deze controverse, maar dient niet te worden vereenzelvigd met de expliciete behandeling van het Americanisme in Testem benevolentiae.