Testem Benevolentiae Nostrae

Testem benevolentiae (ook aangehaald als Testem benevolentiae nostrae) is een apostolische brief van paus Leo XIII, gedateerd 22 januari 1899 en gericht aan James Gibbons, kardinaal en aartsbisschop van Baltimore. De brief behandelt een aantal theologische en kerkelijke opvattingen die in de toenmalige controverse onder de naam Amerikanisme werden samengebracht.

De aanleiding was de discussie die in Europa was ontstaan rond een Franse bewerking van de biografie van de Amerikaanse priester Isaac Hecker, stichter van de Paulisten. Leo XIII verwierp onder meer het minimaliseren of aanpassen van geloofsleer om deze beter in overeenstemming te brengen met de moderne cultuur, het bovenmatig benadrukken van natuurlijke tegenover bovennatuurlijke deugden, een tegenstelling tussen zogenoemde actieve en passieve deugden, het geringschatten van uitwendige geestelijke leiding en kritiek op het religieuze leven en de kloostergeloften.

De betekenis van de brief binnen de geschiedenis van het Amerikaanse katholicisme is onderwerp van historiografisch debat. Veel Amerikaanse bisschoppen ontkenden dat de veroordeelde opvattingen in de Verenigde Staten daadwerkelijk als een samenhangende leer werden verkondigd, terwijl andere kerkelijke auteurs de waarschuwing van Leo XIII als gerechtvaardigd beschouwden.

Achtergrond

Amerikaans katholicisme

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de katholieke kerk in de Verenigde Staten sterk. Tegelijk ontstonden binnen de Amerikaanse hiërarchie discussies over de verhouding tussen het katholicisme en de politieke en maatschappelijke cultuur van de Verenigde Staten. Onderwerpen waren onder meer democratie, godsdienstvrijheid, de positie van katholieke scholen, de verhouding tussen kerk en staat en de wijze waarop de Kerk zich tot niet-katholieken diende te verhouden.

Historicus David P. Killen plaatst de controverse die uiteindelijk tot Testem benevolentiae leidde tegen de achtergrond van al bestaande meningsverschillen tussen Amerikaanse bisschoppen. Figuren als James Gibbons, John Ireland en John J. Keane werden doorgaans met een meer open of progressieve richting geassocieerd, terwijl onder anderen Michael Corrigan en Bernard McQuaid kritischer tegenover deze richting stonden. De scheidslijnen waren volgens Killen echter niet steeds scherp of onveranderlijk.

Isaac Hecker en de Franse controverse

Een directe aanleiding was de receptie van The Life of Father Hecker, een biografie van Isaac Hecker door de Paulist Walter Elliott uit 1891. Een Franse bewerking verscheen in 1897 als Le Père Hecker, fondateur des "Paulistes" américains, 1819–1888. De Franse editie en het voorwerk van de Franse priester Félix Klein droegen ertoe bij dat Heckers ideeën in Europese katholieke discussies werden verbonden met een bredere poging het katholicisme aan de moderne maatschappij aan te passen.

Volgens McAvoy ontstond de benaming Amerikanisme voor de betreffende theologische opvattingen voornamelijk in Europese theologische kringen, mede door de Franse bewerking van Elliott en door polemieken in Europese katholieke tijdschriften. De daaropvolgende discussie over de vraag of Amerikaanse kerkleiders deze opvattingen werkelijk aanhingen, werd een belangrijk onderdeel van de controverse.

Inhoud

Onveranderlijkheid van de geloofsleer

Leo XIII begint zijn inhoudelijke uiteenzetting met de opvatting dat de Kerk, om mensen in de moderne samenleving gemakkelijker te bereiken, haar leer en discipline sterker aan de tijdgeest zou moeten aanpassen. Hij maakt daarbij onderscheid tussen kerkelijke discipline, die volgens omstandigheden kan worden aangepast, en de geloofsleer, waarvan de betekenis niet naar willekeur kan worden veranderd.

De paus verwerpt daarom de gedachte dat bepaalde leerstukken als minder belangrijk zouden kunnen worden verzwegen, afgezwakt of van een nieuwe betekenis voorzien. Hij beroept zich daarbij onder meer op het Eerste Vaticaans Concilie en diens opvatting van de geopenbaarde geloofsleer als een aan de Kerk toevertrouwd geloofsgoed.

Kerkelijk gezag en vrijheid

Een tweede thema is de verhouding tussen persoonlijke vrijheid en het kerkelijk leergezag. Leo XIII bestrijdt de gedachte dat de definitie van de pauselijke onfeilbaarheid op het Eerste Vaticaans Concilie tot gevolg zou hebben dat individuele katholieken daarbuiten meer vrijheid zouden hebben om zelfstandig over geloof en kerkelijke discipline te beslissen.

De brief wijst niet iedere aanpassing aan moderne omstandigheden af. Leo XIII stelt expliciet dat de Kerk niet alles verwerpt wat de moderne tijd voortbrengt en dat legitieme ontwikkelingen in wetenschap en samenleving kunnen worden aanvaard. De beoordeling van noodzakelijke aanpassingen in de kerkelijke discipline behoort volgens hem echter uiteindelijk tot het gezag van de Kerk.

Geestelijke leiding en de Heilige Geest

De brief bespreekt vervolgens een opvatting volgens welke uitwendige geestelijke leiding minder noodzakelijk zou zijn geworden omdat de Heilige Geest gelovigen rechtstreeks en innerlijk zou leiden. Leo XIII erkent uitdrukkelijk de inwendige werking van de Heilige Geest, maar verwerpt de conclusie dat menselijke of kerkelijke begeleiding daardoor overbodig zou worden.

Hij illustreert dit met het bijbelse verhaal van de bekering van Saulus, die volgens Handelingen 9 ondanks zijn rechtstreekse ontmoeting met Christus naar Ananias werd gezonden om verdere instructie te ontvangen. De argumentatie wordt daarnaast ondersteund met verwijzingen naar onder meer het Tweede Concilie van Orange en Augustinus van Hippo.

Natuur, genade en deugden

Een belangrijk theologisch onderdeel betreft de verhouding tussen natuurlijke en bovennatuurlijke deugden. Leo XIII bestrijdt niet het bestaan of de waarde van natuurlijke deugden, maar verwerpt een waardering waarbij deze boven de bovennatuurlijke deugden worden geplaatst. De menselijke natuur heeft volgens de brief de goddelijke genade nodig om tot haar bovennatuurlijke bestemming te komen.

Daarmee verbindt de brief een klassieke katholieke visie op de verhouding tussen natuur en genade: de genade vernietigt de natuur niet, maar verheft en versterkt haar. Natuurlijke menselijke kracht is in deze redenering niet voldoende voor het bovennatuurlijke doel van de mens.

Actieve en passieve deugden

Leo XIII behandelt vervolgens een indeling van christelijke deugden in zogenoemde actieve en passieve deugden, waarbij de eerste beter bij de moderne tijd zouden passen. Hij verwerpt deze tegenstelling en haalt daarbij Thomas van Aquino aan. Volgens de brief kan een werkelijke deugd niet eenvoudig als passief worden beschouwd, omdat deugd zich juist in het goede gebruik van de menselijke wil en het handelen uitdrukt.

De paus bestrijdt daarmee tevens de gedachte dat nederigheid, gehoorzaamheid en zelfbeheersing voornamelijk bij vroegere historische omstandigheden zouden passen, terwijl activiteit en persoonlijke daadkracht de specifiek moderne christelijke deugden zouden zijn. Christus blijft volgens de brief voor iedere tijd het maatgevende voorbeeld van christelijke heiligheid.

Religieus en contemplatief leven

Vanuit deze discussie verdedigt Leo XIII ook het religieus leven. Hij verwerpt de opvatting dat religieuze geloften onverenigbaar zouden zijn met menselijke vrijheid, voornamelijk voor zwakkere personen geschikt zouden zijn of weinig waarde zouden hebben voor de moderne maatschappij.

De brief maakt daarbij onderscheid tussen verschillende vormen van religieus leven zonder het actieve apostolaat boven het contemplatieve leven te plaatsen. Zowel actief werk als gebed en contemplatie worden als legitieme vormen van christelijk leven voorgesteld.

Evangelisatie en apologetiek

Ten slotte behandelt de brief methoden om niet-katholieken te benaderen. Leo XIII verzet zich tegen de gedachte dat traditionele methoden van katholieke verkondiging eenvoudig zouden moeten worden opgegeven. Tegelijk staat hij een meer informele dialoog niet principieel af. Hij noemt gesprekken met niet-katholieken buiten kerkgebouwen geoorloofd wanneer daarvoor geschikte geestelijken door hun bisschop zijn aangewezen.

Betekenis van "Amerikanisme"

Aan het einde van de brief preciseert Leo XIII wat hij onder Amerikanisme afwijst. Indien het woord alleen verwijst naar eigenschappen van het Amerikaanse volk of naar de staatsinrichting, wetten en gebruiken van de Verenigde Staten, ziet hij volgens de tekst geen reden die als zodanig te verwerpen.

Zijn afwijzing betreft daarentegen de eerder beschreven religieuze en theologische opvattingen wanneer deze onder de naam Amerikanisme worden gerechtvaardigd. Hij verwerpt vooral het idee dat er een katholieke Kerk in Amerika zou kunnen bestaan die in haar leer of fundamentele kerkelijke inrichting anders was dan de Kerk elders.

Hierdoor kan Testem benevolentiae niet zonder meer worden gelijkgesteld met een algemene veroordeling van de Amerikaanse politieke orde of van Amerikaanse nationale eigenschappen. McAvoy wees er eveneens op dat latere interpretaties die de brief als een dergelijke algemene veroordeling voorstelden, een vertekend beeld van de controverse konden geven.

Reacties en receptie

Kardinaal Gibbons en verschillende andere Amerikaanse kerkleiders verklaarden na het verschijnen van de brief dat zij de veroordeelde leerstellingen zelf eveneens verwierpen, maar dat deze naar hun oordeel niet representatief waren voor het katholicisme in de Verenigde Staten. Andere Amerikaanse geestelijken meenden daarentegen dat Leo XIII wel degelijk bestaande tendensen had gecorrigeerd.

Deze verschillende reacties werden weerspiegeld in de Amerikaanse katholieke pers. Samuel J. Thomas heeft laten zien dat de ontvangst van de apostolische brief samenhing met reeds bestaande conflicten over de aard en toekomst van het Amerikaanse katholicisme.

Historiografie

De historische interpretatie van het Amerikanisme veranderde in de loop van de twintigste eeuw. Een invloedrijke interpretatie, verbonden met onder anderen Thomas T. McAvoy, benadrukte dat de in Testem benevolentiae veroordeelde leerstellingen nauwelijks of niet als een samenhangend stelsel door Amerikaanse katholieken werden aangehangen. Dit droeg bij aan de latere omschrijving van het Amerikanisme als een mogelijke phantom heresy, een "spookketterij".

Latere onderzoekers hebben dit beeld genuanceerd. Zij onderscheiden vaker tussen de precieze theologische stellingen die Leo XIII veroordeelde, bredere hervormingsgezinde ideeën binnen het Amerikaanse katholicisme en de Europese voorstelling van die ideeën. Daardoor wordt de controverse tegenwoordig ook bestudeerd als een conflict over culturele aanpassing, kerkelijk gezag en de betekenis van moderniteit voor het katholicisme.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Testem Benevolentiae Nostrae van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.