| Deel van de serie over documenten van de |
| Heilige Stoel |
| op gezag van de Heilige Stoel |
| Constituties |
| Encyclieken |
|
Pius IX |
| Instructies |
|
Inter Oecumenici |
Quam Religiosa is een encycliek van paus Leo XIII, gedateerd op 16 augustus 1898 en gericht aan de bisschoppen van Peru. Het document behandelt de Peruaanse wetgeving inzake het burgerlijk huwelijk en reageert in het bijzonder op de wet van 23 december 1897, die een burgerlijke huwelijksvorm voor niet-katholieken mogelijk maakte. Leo XIII verzette zich tegen onderdelen van deze regeling vanuit de katholieke leer over het huwelijk als sacrament en over de kerkelijke bevoegdheid inzake het christelijke huwelijk.
Het Peruaanse huwelijksrecht was in de negentiende eeuw nauw verbonden met het canoniek recht. Het Burgerlijk Wetboek van 1852 sloot aan bij de bestaande katholieke huwelijkstraditie. Voor niet-katholieken leverde dat problemen op, omdat een afzonderlijke burgerlijke huwelijksvorm aanvankelijk ontbrak.
In de jaren 1890 werd de juridische positie van niet-katholieke huwelijken onderwerp van politiek debat. Een bekend geval was het huwelijk van de methodisten Amy Wood en F. A. Hazeltine, waarvan de burgerlijke registratie in 1895 op problemen stuitte. In 1896 werd in het Peruaanse parlement een voorstel voor een burgerlijke huwelijksregeling voor niet-katholieken ingediend.
Op 23 december 1897 werd vervolgens de wet inzake het matrimonio de no católicos uitgevaardigd. Daarmee ontstond een duaal stelsel: voor katholieken bleef het canonieke huwelijk gelden, terwijl voor niet-katholieken een burgerlijk huwelijk mogelijk werd. De wet rekende onder meer personen tot de niet-katholieken die verklaarden nooit tot de katholieke gemeenschap te hebben behoord, zich daarvan te hebben afgescheiden of wegens verschil van godsdienst volgens de katholieke regels niet met hun partner te kunnen trouwen. Het burgerlijke huwelijk werd voltrokken voor de burgemeester van de betrokken provincie.
Leo XIII opent de encycliek met een verwijzing naar het volgens hem sterke katholieke karakter van Peru en de banden van het land met de Heilige Stoel. Vervolgens bespreekt hij de nieuwe huwelijkswet. Hij stelt dat deze weliswaar werd voorgesteld als een regeling voor huwelijken van niet-katholieken, maar volgens hem feitelijk het burgerlijk huwelijk introduceerde.
Een specifiek bezwaar betrof de toepassing van de burgerlijke vorm op bepaalde gemengde huwelijken. Volgens Leo XIII kon daardoor een huwelijk burgerlijk worden gesloten in gevallen waarin de kerkelijke autoriteit geen dispensatie van een kerkelijk huwelijksbeletsel had verleend. Hij beschouwde dit als een aantasting van de kerkelijke bevoegdheid over het sacramentele huwelijk.
De argumentatie in Quam Religiosa sluit expliciet aan bij Leo XIII's eerdere encycliek Arcanum Divinae Sapientiae uit 1880. Daarin had hij uitvoeriger zijn opvatting over het christelijke huwelijk uiteengezet. Ook in Quam Religiosa stelt hij dat het huwelijk voor christenen niet uitsluitend een burgerlijke overeenkomst is, maar een sacramenteel karakter bezit. Dezelfde huwelijksopvatting vormde aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een belangrijk uitgangspunt voor de katholieke oppositie tegen seculariserende hervormingen van het huwelijksrecht in Peru.
Leo XIII maakt in de encycliek onderscheid tussen de burgerlijke en de kerkelijke dimensie van het huwelijk. De staat kan volgens hem rechtsgevolgen regelen die tot de burgerlijke orde behoren. De geldigheid en sacramentele dimensie van het huwelijk tussen christenen rekent hij daarentegen tot de bevoegdheid van de Kerk. Daarmee herneemt hij een kernpunt uit Arcanum Divinae Sapientiae.
De paus verwijst tevens naar het decreet Tametsi van de 24e zitting van het Concilie van Trente, waarin de canonieke vorm voor het sluiten van een katholiek huwelijk werd geregeld. Volgens Quam Religiosa was deze regeling in Peru rechtsgeldig afgekondigd en gedurende lange tijd toegepast. Leo XIII gebruikt dit als argument voor het behoud van de kerkelijke huwelijksdiscipline.
In het slot van de encycliek draagt Leo XIII de Peruaanse bisschoppen op de katholieke huwelijksleer aan de gelovigen uiteen te zetten. Daarnaast vraagt hij hun hun invloed aan te wenden bij degenen die verantwoordelijk waren voor de Peruaanse wetgeving. Zijn uitdrukkelijke doel was dat de recente regeling zou worden gewijzigd en dat het burgerlijke huwelijksrecht volgens de katholieke huwelijksleer geen bepalingen zou bevatten die daarmee in strijd waren.
De wet van 1897 vormde geen invoering van een algemeen verplicht burgerlijk huwelijk, maar een tussenstelsel waarin de huwelijksvorm afhankelijk was van de religieuze positie van de betrokkenen. De regeling werd op 9 mei 1899 aangevuld met nadere voorschriften over de verklaring waarmee iemand zijn niet-katholieke status moest aantonen.
Volgens de door Ramos Núñez beschreven historische gegevens bleef het aantal burgerlijke huwelijken onder dit stelsel gedurende de eerste decennia beperkt. Het Peruaanse huwelijksrecht ontwikkelde zich in de daaropvolgende decennia verder in de richting van een algemeen burgerlijk stelsel.