Urbanitatis Veteris

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Urbanitatis veteris is een pauselijke brief van paus Leo XIII, gedateerd op 20 november 1901 en gericht aan de aartsbisschoppen en bisschoppen van de Latijnse Kerk in Griekenland. De brief handelt over de oprichting van een seminarie in Athene voor de vorming van Griekstalige geestelijken. De Engelstalige website van de Heilige Stoel presenteert het document als een encycliek, terwijl de officiële Latijnse tekst, de Latijnse documentenindex van Leo XIII en de oorspronkelijke publicatie in de Acta Sanctae Sedis het als Litterae respectievelijk Epistulae rubriceren.

De concrete aanleiding was een gezamenlijk schrijven van de Latijnse bisschoppen in Griekenland van 9 september 1901. Leo XIII stemde in met hun voorstel om aan een reeds bestaand katholiek lyceum in Athene een seminarie te verbinden. De toekomstige geestelijken moesten er eerst een grondige vorming in de Griekse taal en literatuur ontvangen voordat zij zich op filosofie en theologie toelegden.

Achtergrond

De aanwezigheid van Latijnse katholieken in de Egeïsche wereld ging eeuwen aan de stichting van het seminarie vooraf. Vooral op Syros bestond een historisch belangrijke katholieke gemeenschap. Historicus Dimitris Kousouris beschrijft de ontwikkeling van deze gemeenschap tijdens de overgang van het Ottomaanse Rijk naar de Griekse staat en plaatst haar in de bredere politieke en religieuze geschiedenis van het Egeïsche gebied.

De belangstelling van Leo XIII voor Griekenland maakte deel uit van een ruimer beleid ten aanzien van de oosterse christelijke kerken. Volgens kerkhistoricus Owen Chadwick gebruikte Leo XIII tegenover de oosterse kerken een gematigder taal dan sommige van zijn voorgangers, maar bleef zijn opvatting van kerkelijke hereniging verbonden met de erkenning van het gezag van de Heilige Stoel. Claude Soetens beschrijft het beleid van Leo XIII als een omvangrijk unieproject waarin respect voor de oosterse tradities samengaan met een sterk rooms en centraliserend kerkbegrip.

In Urbanitatis veteris verwijst Leo XIII zelf naar eerdere initiatieven voor katholiek onderwijs in Athene. Hij schrijft dat hij daar enkele jaren eerder een lyceum had opgericht waar katholieke jongeren onder meer de Griekse taal en literatuur konden bestuderen. De gezamenlijke brief van de bisschoppen van 9 september 1901 vroeg vervolgens om een vergelijkbare voorziening voor de opleiding van toekomstige geestelijken.

Inhoud

Griekse cultuur en filosofie

Leo XIII opent de brief met een uitvoerige waardering van de klassieke Griekse beschaving. Hij verwijst naar de Ionische en Attische literatuur en naar de betekenis van de Griekse filosofen voor het onderzoek naar de waarheid. Volgens de paus hadden deze filosofen met het natuurlijke menselijke verstand een bijzonder hoog niveau van kennis bereikt.

Daarbij legt Leo XIII uitdrukkelijk een verband tussen de Griekse filosofie en zijn eigen bevordering van de filosofie van Thomas van Aquino. Hij noemt Thomas een vooraanstaande leerling en volgeling van Aristoteles en stelt dat zijn eerbetoon aan Thomas daarom tevens eer bewijst aan Aristoteles. Deze passage sluit aan bij Leo's bredere herstelprogramma van het thomisme, dat hij met de encycliek Aeterni Patris uit 1879 had bevorderd. Theoloog Serge-Thomas Bonino beschrijft dat programma als een centraal onderdeel van Leo's streven naar een katholieke intellectuele cultuur die een alternatief moest vormen voor het rationalistische denken van zijn tijd.

Griekse kerkelijke traditie

Naast de klassieke cultuur behandelt Leo XIII de Griekse bijdrage aan het christendom. Hij spreekt zijn waardering uit voor de Griekse liturgische gebruiken en riten en verwijst naar de eerbied die zij volgens hem voor oude christelijke tradities bewaarden. Vervolgens noemt hij het door paus Gregorius XIII gestichte Griekse College van Sint-Athanasius in Rome en verwijst hij naar Griekse kerkvaders en naar de missionarissen Cyrillus en Methodius.

De brief bevat daarnaast een historische en ecclesiologische beschouwing over de vroegere verbondenheid tussen Griekse en Latijnse christenen. Leo XIII noemt verschillende pausen van Griekse afkomst en stelt de oude kerkelijke eenheid tussen Oost en West voor als een verloren goed.

Oprichting van het seminarie

Het praktisch centrale gedeelte van de brief behandelt de opleiding van geestelijken. Leo XIII stemt in met het voorstel van de Latijnse bisschoppen om het bestaande lyceum in Athene ook open te stellen voor kandidaten voor het priesterschap. Zij moesten er volgens de brief eerst een gedegen vorming in de Griekse taal, literatuur en klassieke humaniora krijgen. Pas daarna dienden zij met filosofie en theologie te beginnen. Leo verwachtte dat deze opleiding zowel hun geestelijke ambt als hun functioneren binnen een Griekstalige omgeving ten goede zou komen.

De paus besloot daarom in het gebouw van het lyceum een seminarie op te richten voor jonge geestelijken van de Latijnse ritus die van Griekse afkomst waren, zonder andere Griekstalige oosterlingen uit te sluiten. De verdere organisatie en regelgeving van de instelling zouden volgens de brief later in een afzonderlijk document worden vastgelegd.

Kerkelijke eenheid en afsluiting

In het laatste gedeelte verbindt Leo XIII de onderwijsmaatregel met zijn visie op de verhouding tussen het Griekse en Latijnse christendom. Hij verwijst naar eerdere pausen die volgens hem de Griekse bevolking hadden gesteund en spreekt de wens uit dat de historische scheiding tussen Oost en West uiteindelijk zou worden overwonnen. Daarbij stelt hij de gemeenschap met de bisschop van Rome voor als onderdeel van die kerkelijke eenheid.

Die opvatting sluit aan bij wat Chadwick over Leo XIII's bredere herenigingsbeleid schrijft: hoewel de paus zich ontvankelijk toonde voor oosterse riten en tradities, bleef voor hem de erkenning van het Romeinse primaatschap een wezenlijk element van kerkelijke eenheid. Soetens wijst daarbij op een spanning in Leo's beleid tussen het respecteren van oosterse kerkelijke eigenheid enerzijds en een centraliserend rooms kerkmodel anderzijds.

De brief eindigt met de aanbeveling van de Griekse bevolking aan Jezus Christus en met een beroep op de voorspraak van Maria, die Leo aanduidt als Deipara (Moeder Gods). Hij verwijst daarbij uitdrukkelijk naar de bijzondere Mariaverering binnen de Griekse christelijke traditie.

Theologisch en filosofisch profiel

De filosofische passages van Urbanitatis veteris concentreren zich op de verhouding tussen de klassieke Griekse filosofie en het thomisme. Leo XIII waardeert enerzijds het vermogen van de menselijke rede om door het natuurlijke licht waarheid te bereiken en verbindt anderzijds Aristoteles met Thomas van Aquino. In de context van Leo's pontificaat past deze verwijzing in het neothomistische programma waarvan Aeterni Patris het belangrijkste programmatische document was. Bonino karakteriseert de restauratie van het thomisme onder Leo XIII als zowel een filosofisch als kerkelijk project, bedoeld om een katholieke visie op rationaliteit en de verhouding tussen geloof en rede te formuleren.

De belangrijkste theologische thematiek van de brief is ecclesiologisch. Leo XIII combineert waardering voor de Griekse liturgische en patristische traditie met een visie op kerkelijke eenheid waarin de band met Rome centraal staat. In de geschiedschrijving over Leo XIII wordt die combinatie ook in zijn bredere oosterse beleid teruggevonden. Chadwick benadrukt dat Leo's toenadering tot de oosterse kerken uiteindelijk binnen een rooms primaatsbegrip bleef functioneren, terwijl Soetens zowel Leo's respect voor de oosterse tradities als de beperkingen van zijn centraliserende ecclesiologie benadrukt.

Institutionele ontwikkeling

Een vroeg-twintigste-eeuwse beschrijving in de Catholic Encyclopedia identificeerde de door Leo XIII gestichte Atheense instelling als het Leonteion. Volgens de auteur, Daniel Quinn, omvatte de instelling naast voorbereidend en algemeen onderwijs ook een kerkelijk seminarie en ontving zij seminaristen uit andere bisdommen. Quinn schreef tevens dat kandidaten voor het priesterschap vóór de uitbouw van het Leonteion voornamelijk werden opgeleid aan het college van de Propaganda Fide in Rome en aan een diocesaan seminarie op Syros.

Deze bron staat dicht bij de katholieke instelling die zij beschrijft en geldt daarom vooral als contemporaine bron voor de vroege institutionele geschiedenis, niet als onafhankelijke analyse van Leo XIII's beleid.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Urbanitatis Veteris van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.