Mirae Caritatis

Deel van de serie over
documenten van de
Heilige Stoel

Constituties, encyclieken,
exhortaties en instructies

Wapen van de Heilige Stoel
op gezag van
de Heilige Stoel
Constituties

Sacrosanctum Concilium
Gaudium et Spes
Lumen Gentium

Encyclieken

Pius IX
Leo XIII
Pius X
Benedictus XV
Pius XI
Pius XII
Johannes XXIII
Paulus VI
Johannes Paulus II
Benedictus XVI
Franciscus

Instructies

Inter Oecumenici
Liturgiam Authenticam
Redemptionis Sacramentum

Mirae caritatis is een encycliek van paus Leo XIII over de eucharistie, gedateerd op 28 mei 1902, de vooravond van Sacramentsdag. De brief is gericht aan de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen, bisschoppen en andere plaatselijke ordinarii die in gemeenschap met de Heilige Stoel staan. De Latijnse titel is ontleend aan de openingswoorden van de encycliek, waarin Leo XIII spreekt over de wonderbare liefde van Jezus Christus voor het heil van de mensheid.

De encycliek behandelt de eucharistie achtereenvolgens als bron van het bovennatuurlijke leven, als mysterium fidei ("mysterie van het geloof"), als band van liefde en kerkelijke eenheid en als sacrament en offer. Leo XIII verbindt deze leer met een pastorale oproep om de eucharistie te vereren en haar vaker te ontvangen. Historisch onderzoek plaatst die oproep in de ontwikkeling naar frequentere communie rond de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw.

Achtergrond en publicatie

In de negentiende eeuw ontstonden binnen het katholicisme verschillende initiatieven ter bevordering van eucharistische devotie en een frequentere ontvangst van de communie. Leo XIII verwijst in Mirae caritatis zelf naar zijn steun aan instellingen en broederschappen voor de voortdurende aanbidding van het Allerheiligste, aan de eucharistische congressen en aan de aanwijzing van Paschalis Baylon als patroon van eucharistische activiteiten.

Het document bestaat in de Vaticaanse editie uit 21 genummerde paragrafen. Leo XIII presenteert zijn uiteenzetting niet uitsluitend als een dogmatische behandeling van de eucharistie, maar verbindt eucharistische leer met het geestelijke en morele leven van gelovigen en, in de slotparagraaf, met het welzijn van de samenleving.

De encycliek verscheen in het laatste deel van Leo XIII's pontificaat. De officiële bibliografische verwijzing die in latere pauselijke documenten wordt gebruikt, luidt Leonis XIII Acta, deel XXII (1903), pp. 115–136.

Inhoud

Eucharistie als bron van leven

In de paragrafen 4–6 beschrijft Leo XIII de eucharistie als een "bron van leven". De redenering is christologisch: Christus, die volgens de encycliek de oorzaak van het heil is, blijft werkelijk aanwezig in de eucharistie en deelt daardoor de vruchten van de verlossing aan de gelovigen mee.

Leo XIII verbindt deze sacramentele deelname tevens met de waardigheid van de mens. De eucharistie verhoogt volgens hem die waardigheid doordat de mens door de genade deel krijgt aan de goddelijke natuur en nauwer met Christus wordt verenigd. Daarbij gebruikt hij, via Augustinus van Hippo, het beeld dat gewoon voedsel door de mens wordt opgenomen, terwijl het geestelijke voedsel van de eucharistie de mens juist naar Christus omvormt.

De encycliek verzet zich in dit verband tegen de opvatting dat de communie in de praktijk vooral bestemd zou zijn voor personen die een teruggetrokken of religieus leven leiden. Leo XIII stelt dat de eucharistie aan gelovigen van iedere maatschappelijke positie wordt aangeboden voor de groei van het leven van genade.

Mysterie van het geloof

In de paragrafen 7–10 noemt Leo XIII de eucharistie in het bijzonder een "mysterie van het geloof". Hij plaatst de eucharistische leer tegenover opvattingen die het bestaan van een bovennatuurlijke orde ontkennen. Volgens de encycliek is de eucharistie nauw verbonden met de incarnatie: zij wordt er omschreven als een voortzetting en uitbreiding daarvan, omdat de geïncarneerde Christus zich sacramenteel met individuele mensen verenigt.

In dezelfde context bevestigt Leo XIII de katholieke leer van de werkelijke tegenwoordigheid en van de transsubstantiatie. Hij stelt dat de substantie van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus wordt veranderd, terwijl de gedaanten van brood en wijn blijven bestaan. De passage werd later door Paulus VI aangehaald in de encycliek Mysterium fidei (1965), zowel bij diens bespreking van het eucharistische "mysterie van het geloof" als bij de leer over de transsubstantiatie.

Naast het geloof bespreekt Leo XIII de gevolgen van de eucharistie voor het morele leven, de christelijke hoop en de verwachting van de verrijzenis. De eucharistie wordt daarbij voorgesteld als zowel geestelijk voedsel als een onderpand van het toekomstige leven.

Band van liefde en eenheid

In de paragrafen 11–13 verschuift het accent naar de onderlinge liefde. Leo XIII stelt dat een verzwakking van de liefde tot God gepaard gaat met een verzwakking van de liefde tussen mensen en beschouwt de eucharistie als een middel waardoor die liefde wordt versterkt.

De ecclesiologische dimensie wordt uitgewerkt vanuit de gedachte dat de eucharistie een teken van eenheid en een "band van liefde" is. Leo XIII verwijst hierbij onder meer naar 1 Korintiërs 10:17 en naar de leer van het Concilie van Trente. De gezamenlijke deelname aan dezelfde eucharistische tafel wordt in de encycliek tevens verbonden met christelijke broederschap en maatschappelijke gelijkheid: verschillen tussen hoog en laag, rijk en arm, geleerd en ongeleerd verliezen volgens Leo XIII bij het altaar hun bepalende betekenis.

Ook de gemeenschap der heiligen wordt in dit verband besproken. Leo XIII betrekt de eucharistische offerhandeling niet alleen op levende gelovigen, maar tevens op de eenheid tussen de Kerk op aarde, de heiligen en de overledenen voor wie het misoffer wordt opgedragen.

Geestelijk leven, misoffer en frequente communie

Vanaf paragraaf 14 beschrijft Leo XIII de eucharistie als het middelpunt waar het christelijke geestelijke leven op gericht is. Hij noemt zowel persoonlijke meditatie en openbare aanbidding als de sacramentele ontvangst van de communie, waarbij de laatste volgens hem de voornaamste vorm van deelname vormt.

De encycliek behandelt de eucharistie daarnaast als offer. Het misoffer wordt verbonden met het offer van Christus op Golgota en met de gedachtenis van diens lijden en dood. Deze opvatting staat binnen de leertraditie van het Concilie van Trente, die Leo XIII meermalen aanhaalt.

Een belangrijk pastoraal onderdeel is de oproep tot frequentere communie. Leo XIII stelt dat het kerkelijke leven het sterkst bloeit wanneer gelovigen de eucharistie vaker ontvangen en noemt de heropleving van frequente communie een voornaam doel van de pastorale inspanningen. Hij roept vooral de geestelijkheid op om vooroordelen en ongegronde vrees rond de communie tegen te gaan en gelovigen tot regelmatige ontvangst ervan aan te moedigen.

Theologische en filosofische accenten

De argumentatie van Mirae caritatis is in de eerste plaats christologisch en sacramenteel. De eucharistie wordt niet als een losstaande devotie behandeld, maar geplaatst binnen de incarnatie, verlossing en blijvende aanwezigheid van Christus. Casarella behandelt de encycliek daarom in zijn overzicht van de katholieke sacramentstheologie aan het begin van de twintigste eeuw als een belangrijke tekst in de ontwikkeling van de eucharistische spiritualiteit van die periode.

Ook de verhouding tussen geloof en rede krijgt aandacht. Leo XIII bestrijdt een opvatting van de werkelijkheid die alleen het natuurlijke als werkelijk aanvaardt. De eucharistie is volgens hem bij uitstek een geloofsmysterie omdat zij de bovennatuurlijke orde veronderstelt. De menselijke rede wordt daarbij niet als zelfstandig criterium boven de geopenbaarde geloofsinhoud geplaatst, maar wordt opgeroepen het mysterie vanuit het geloof te benaderen.

Het mensbeeld van de encycliek is eveneens verbonden met deze bovennatuurlijke bestemming. Menselijke waardigheid wordt niet alleen maatschappelijk of juridisch opgevat, maar theologisch gefundeerd in de roeping van de mens tot vereniging met Christus en deelname aan het goddelijke leven. Tegelijk trekt Leo XIII daar maatschappelijke consequenties uit: de eucharistische eenheid moet volgens hem wederzijdse liefde, broederschap en de onderlinge verbondenheid van verschillende maatschappelijke groepen bevorderen.

In de slotparagraaf verbindt Leo XIII de eucharistische spiritualiteit expliciet met het bredere maatschappelijke leven. Hij spreekt de hoop uit dat groei in geloof, hoop, liefde en christelijke deugden niet alleen individuele gelovigen, maar ook het maatschappelijke lichaam ten goede zal komen.

Historische betekenis en receptie

De oproep tot frequentere communie maakte deel uit van een ontwikkeling die al vóór 1902 op gang was gekomen. Onderzoek naar de geschiedenis van de communiepraktijk wijst op een groeiende beweging in de negentiende eeuw om de eucharistie vaker door leken te laten ontvangen.

Alonso beschouwt de pauselijke aansporing in Mirae caritatis als een element dat de weg bereidde voor de latere regeling onder Pius X. Hij merkt tegelijk op dat Leo XIII niet precies omschreef wat onder "frequente" communie moest worden verstaan en noemt dit als een waarschijnlijke verklaring voor de beperkte onmiddellijke verandering die zijn oproep teweegbracht.

Op 20 december 1905 volgde het decreet Sacra Tridentina Synodus van de Congregatie van het Concilie, dat door Pius X werd goedgekeurd en de frequente en dagelijkse communie verder bevorderde. De tekst werd later door Paulus VI eveneens als een belangrijk document over de communiepraktijk aangehaald.

Mirae caritatis bleef ook in latere pauselijke leerstukken als referentie functioneren. Paulus VI citeerde de encycliek uitdrukkelijk in Mysterium fidei (1965). Johannes Paulus II noemde haar in Ecclesia de Eucharistia (2003), samen met Mediator Dei van Pius XII en Mysterium fidei, bij zijn overzicht van belangrijke moderne pauselijke documenten over de eucharistie. Benedictus XVI nam Mirae caritatis in 2007 eveneens op in zijn overzicht van voorname documenten uit de eucharistische leertraditie in de apostolische exhortatie Sacramentum caritatis.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Mirae Caritatis van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.